BWBR0008129
Geldig vanaf 1996-07-01
Artikel 17
Informatiestatuut Dienst Wegverkeer
1. De dienst informeert de minister over het bestaan of ontstaan van een vacature in de raad van toezicht.
2. Ten behoeve van de benoeming, de schorsing en het ontslag van de leden van de raad van toezicht door de minister doet de dienst tijdig voorstellen aan de minister. Bij een voorstel betreffende benoeming van leden van de raad van toezicht zal de dienst het gestelde in de Schets Raad van Toezicht Dienst Wegverkeer inachtnemen.
3. De dienst informeert de minister over de aanwijzing van een (tijdelijk) voorzitter uit het midden van de leden van de raad van toezicht, alsmede over aftreden en herbenoeming van de (tijdelijk) voorzitter.
4. De minister informeert de dienst over het besluit van de minister omtrent benoeming, schorsing, ontslag of herbenoeming van de leden van de raad van toezicht.
5. Ten behoeve van de vaststelling van de vergoeding van de leden van de raad van toezicht door de minister brengt de dienst jaarlijks voor de vaststelling van de vergoeding tijdig advies uit aan de minister.
6. De minister informeert de dienst over het besluit van de minister omtrent de toekenning van een vergoeding aan de leden van de raad van toezicht voor hun werkzaamheden.
2. Ten behoeve van de benoeming, de schorsing en het ontslag van de leden van de raad van toezicht door de minister doet de dienst tijdig voorstellen aan de minister. Bij een voorstel betreffende benoeming van leden van de raad van toezicht zal de dienst het gestelde in de Schets Raad van Toezicht Dienst Wegverkeer inachtnemen.
3. De dienst informeert de minister over de aanwijzing van een (tijdelijk) voorzitter uit het midden van de leden van de raad van toezicht, alsmede over aftreden en herbenoeming van de (tijdelijk) voorzitter.
4. De minister informeert de dienst over het besluit van de minister omtrent benoeming, schorsing, ontslag of herbenoeming van de leden van de raad van toezicht.
5. Ten behoeve van de vaststelling van de vergoeding van de leden van de raad van toezicht door de minister brengt de dienst jaarlijks voor de vaststelling van de vergoeding tijdig advies uit aan de minister.
6. De minister informeert de dienst over het besluit van de minister omtrent de toekenning van een vergoeding aan de leden van de raad van toezicht voor hun werkzaamheden.