BWBR0008021
Geldig vanaf 1996-05-15
Artikel 10
Subsidieregeling schipperszorg binnenvaart
De instelling:
a. legt na afloop van ieder subsidiejaar voor 1 juli aan de Minister over: 1º een financieel jaarverslag en een verslag van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd door de instelling, en
2º een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;
1º een financieel jaarverslag en een verslag van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd door de instelling, en
2º een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;
b. verstrekt desgevraagd alle op de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, betrekking hebbende inlichtingen;
c. verleent anderszins alle gevraagde medewerking ter uitvoering van deze regeling;
d. houdt de bewijsstukken met betrekking tot de kosten van activiteiten, projecten en voorzieningen inzake de schipperszorg ter beschikking van de Minister tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie;
e. toont op verzoek van de Minister de bewijsstukken op één adres;
f. neemt andere aanwijzingen van de Minister in acht ter zake van de administratie;
g. verleent op verzoek van de Minister medewerking aan het verrichten van onderzoek naar de besteding van de subsidie; en
h. doet onverwijld aan de Minister schriftelijk mededeling van: 1º de indiening van een verzoek tot surséance van betaling of faillissement,
2º alle overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie of de doelmatige aanwending daarvan.
1º de indiening van een verzoek tot surséance van betaling of faillissement,
2º alle overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie of de doelmatige aanwending daarvan.
a. legt na afloop van ieder subsidiejaar voor 1 juli aan de Minister over: 1º een financieel jaarverslag en een verslag van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd door de instelling, en
2º een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;
1º een financieel jaarverslag en een verslag van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd door de instelling, en
2º een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;
b. verstrekt desgevraagd alle op de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, betrekking hebbende inlichtingen;
c. verleent anderszins alle gevraagde medewerking ter uitvoering van deze regeling;
d. houdt de bewijsstukken met betrekking tot de kosten van activiteiten, projecten en voorzieningen inzake de schipperszorg ter beschikking van de Minister tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie;
e. toont op verzoek van de Minister de bewijsstukken op één adres;
f. neemt andere aanwijzingen van de Minister in acht ter zake van de administratie;
g. verleent op verzoek van de Minister medewerking aan het verrichten van onderzoek naar de besteding van de subsidie; en
h. doet onverwijld aan de Minister schriftelijk mededeling van: 1º de indiening van een verzoek tot surséance van betaling of faillissement,
2º alle overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie of de doelmatige aanwending daarvan.
1º de indiening van een verzoek tot surséance van betaling of faillissement,
2º alle overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie of de doelmatige aanwending daarvan.