De uitgaven, bedoeld in artikel 4, eerste lid, betreffen:
a. personeelskosten, zijnde: 1º de salarissen, met inbegrip van vakantieuitkeringen,
2º de vergoedingen aan personeelsleden als tegemoetkoming in de kosten van de door hen vrijwillig te sluiten ziektekostenverzekering,
3º het werkgeversaandeel in de premies ingevolge de sociale-verzekeringswetten,
4º het werkgeversaandeel in de premiekosten van de voor personeelsleden afgesloten pensioenregeling,
5º alle verplichte personeelskosten die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst, en
6º reis- en verblijfskosten van bestuur en personeel voor zover deze betrekking hebben op het bijwonen van bestuursvergaderingen dan wel voortvloeien uit een dienstopdracht;
1º de salarissen, met inbegrip van vakantieuitkeringen,
2º de vergoedingen aan personeelsleden als tegemoetkoming in de kosten van de door hen vrijwillig te sluiten ziektekostenverzekering,
3º het werkgeversaandeel in de premies ingevolge de sociale-verzekeringswetten,
4º het werkgeversaandeel in de premiekosten van de voor personeelsleden afgesloten pensioenregeling,
5º alle verplichte personeelskosten die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst, en
6º reis- en verblijfskosten van bestuur en personeel voor zover deze betrekking hebben op het bijwonen van bestuursvergaderingen dan wel voortvloeien uit een dienstopdracht;
b. huisvestingskosten, zijnde: 1º hetzij de huursom van gebouwen of lokaliteiten, alsmede de kosten van erfpacht of enig ander zakelijk recht, hetzij de jaarlijkse kosten van afschrijving op gebouwen, drijvende centra, verbouwing en buitengewoon onderhoud,
2º de kosten van afschrijving op vaste inrichting en inventaris,
3º de rente van geldleningen ten behoeve van de financiering van investeringen voor huisvesting,
4º de kosten van verlichting, verwarming, water, klein onderhoud en schoonmaak,
5º kleine aanschaffingen ten behoeve van de inventaris,
6º de premies van verzekeringen met betrekking tot de in onderdeel 1° bedoelde zaken, en
7º de onroerende-zaakbelastingen en het havengeld, milieuheffingen en overige heffingen en belastingen met betrekking tot onroerende zaken;
1º hetzij de huursom van gebouwen of lokaliteiten, alsmede de kosten van erfpacht of enig ander zakelijk recht, hetzij de jaarlijkse kosten van afschrijving op gebouwen, drijvende centra, verbouwing en buitengewoon onderhoud,
2º de kosten van afschrijving op vaste inrichting en inventaris,
3º de rente van geldleningen ten behoeve van de financiering van investeringen voor huisvesting,
4º de kosten van verlichting, verwarming, water, klein onderhoud en schoonmaak,
5º kleine aanschaffingen ten behoeve van de inventaris,
6º de premies van verzekeringen met betrekking tot de in onderdeel 1° bedoelde zaken, en
7º de onroerende-zaakbelastingen en het havengeld, milieuheffingen en overige heffingen en belastingen met betrekking tot onroerende zaken;
c. administratiekosten, zijnde: 1º bureaukosten als druk- en stencilkosten, porti- en vrachtkosten, telefoonkosten,
2º de accountantskosten,
3º rente-, incasso- en bankkosten,
4º de afschrijving en het onderhoud van de kantoorinventaris en de kosten van een geautomatiseerd administratiesysteem, en
5º kosten van lidmaatschappen en contributies, cursussen voor personeel, documentatie en vakliteratuur.
1º bureaukosten als druk- en stencilkosten, porti- en vrachtkosten, telefoonkosten,
2º de accountantskosten,
3º rente-, incasso- en bankkosten,
4º de afschrijving en het onderhoud van de kantoorinventaris en de kosten van een geautomatiseerd administratiesysteem, en
5º kosten van lidmaatschappen en contributies, cursussen voor personeel, documentatie en vakliteratuur.