BWBR0007923
Geldig vanaf 1996-03-01
Artikel 16
Mandaatregeling VWS
1. De directeur van een directie of eenheid is bevoegd ondermandaat of ondertekeningsmandaat te verlenen aan de Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel met betrekking tot stukken ter zake van onderwerpen die tot het werkterrein van de Directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel behoren.
2. De Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel kan aan andere ondergeschikten dan hoofden van direct onder hem ressorterende organisatie-eenheden ondermandaat verlenen. Deze bevoegdheid komt ook toe aan de andere functionarissen, genoemd in artikel 10, eerste lid, onder a tot en met j, en als bedoeld in artikel 10, tweede lid.
3. De functionarissen, bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, en artikel 15, eerste tot en met derde lid, zijn bevoegd om hoofden van direct onder hen ressorterende organisatie-eenheden, dan wel indien geen sprake is van een verdeling in organisatie-eenheden, de andere leden van het betrokken collegiale managementteam, ondermandaat dan wel machtiging te verlenen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de daar genoemde bevoegdheden.
4. Ondermandaat kan hetzij algemeen hetzij voor een bepaald geval verleend worden.
5. Elk ondermandaat wordt schriftelijk verleend en behoeft goedkeuring van de Secretaris-Generaal.
6. Op ondermandaat zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
2. De Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel kan aan andere ondergeschikten dan hoofden van direct onder hem ressorterende organisatie-eenheden ondermandaat verlenen. Deze bevoegdheid komt ook toe aan de andere functionarissen, genoemd in artikel 10, eerste lid, onder a tot en met j, en als bedoeld in artikel 10, tweede lid.
3. De functionarissen, bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, en artikel 15, eerste tot en met derde lid, zijn bevoegd om hoofden van direct onder hen ressorterende organisatie-eenheden, dan wel indien geen sprake is van een verdeling in organisatie-eenheden, de andere leden van het betrokken collegiale managementteam, ondermandaat dan wel machtiging te verlenen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de daar genoemde bevoegdheden.
4. Ondermandaat kan hetzij algemeen hetzij voor een bepaald geval verleend worden.
5. Elk ondermandaat wordt schriftelijk verleend en behoeft goedkeuring van de Secretaris-Generaal.
6. Op ondermandaat zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.