BWBR0007923
Geldig vanaf 1996-03-01
Artikel 14
Mandaatregeling VWS
1. In afwijking van artikel 10hebben ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften ten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtigingen om de Minister daarin te vertegenwoordigen de volgende functionarissen mandaat:
a. de Secretaris-Generaal;
b. de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken, voor zover behorend tot het werkterrein van het kernministerie, behoudens de gevallen waarvoor de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland mandaat heeft;
c. de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland;
d. ten aanzien van hun eigen werkterrein, de functionarissen genoemd in artikel 10, eerste lid, onder b tot en met e, h en i.
2. In afwijking van artikel 10hebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar, behoudens de gevallen genoemd in het derde lid.
3. In afwijking van artikel 10hebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland.
4. In afwijking van het tweede lid en derde blijft aan de Minister voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van een besluit inzake een bezwaar tegen een besluit dat door de Minister dan wel door de Secretaris-Generaal namens de Minister is genomen.
5. Op machtigingen, verleend ten behoeve van het vertegenwoordigen van de Minister in procedures bij de bestuursrechter, zijn de artikelen 16, vijfde lid, voor zover het de goedkeuring van de Secretaris-Generaal betreft, en 17niet van toepassing.
6. Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar.
7. In afwijking van het tweede lid hebben de inspecteur-generaal, de directeur Strategie, het divisiehoofd Juridische Zaken en de teamleiders van de teams Bezwaar & Beroep 1 en Bezwaar & Beroep 2 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.
8. In aanvulling op het eerste lid, onder c, hebben de directeur Strategie en Organisatie en het hoofd Juridische Zaken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd mandaat ten aanzien van verweerschriften met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.
9. In aanvulling op het eerste lid, onder c, hebben het divisiehoofd Juridische Zaken en de teamleiders van de teams Bezwaar & Beroep 1 en Bezwaar & Beroep 2 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften ten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtiging om de Minister daarin te vertegenwoordigen met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.
10. Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland.
a. de Secretaris-Generaal;
b. de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken, voor zover behorend tot het werkterrein van het kernministerie, behoudens de gevallen waarvoor de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland mandaat heeft;
c. de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland;
d. ten aanzien van hun eigen werkterrein, de functionarissen genoemd in artikel 10, eerste lid, onder b tot en met e, h en i.
2. In afwijking van artikel 10hebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar, behoudens de gevallen genoemd in het derde lid.
3. In afwijking van artikel 10hebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland.
4. In afwijking van het tweede lid en derde blijft aan de Minister voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van een besluit inzake een bezwaar tegen een besluit dat door de Minister dan wel door de Secretaris-Generaal namens de Minister is genomen.
5. Op machtigingen, verleend ten behoeve van het vertegenwoordigen van de Minister in procedures bij de bestuursrechter, zijn de artikelen 16, vijfde lid, voor zover het de goedkeuring van de Secretaris-Generaal betreft, en 17niet van toepassing.
6. Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar.
7. In afwijking van het tweede lid hebben de inspecteur-generaal, de directeur Strategie, het divisiehoofd Juridische Zaken en de teamleiders van de teams Bezwaar & Beroep 1 en Bezwaar & Beroep 2 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.
8. In aanvulling op het eerste lid, onder c, hebben de directeur Strategie en Organisatie en het hoofd Juridische Zaken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd mandaat ten aanzien van verweerschriften met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.
9. In aanvulling op het eerste lid, onder c, hebben het divisiehoofd Juridische Zaken en de teamleiders van de teams Bezwaar & Beroep 1 en Bezwaar & Beroep 2 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften ten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtiging om de Minister daarin te vertegenwoordigen met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.
10. Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland.