BWBR0007923
Geldig vanaf 1996-03-01
Artikel 15a
Mandaatregeling VWS
1. In afwijking van artikel 10juncto artikel 1bhebben de Inspecteur-Generaal en de Hoofdinspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd ieder mandaat voor:
a. het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 29, tweede lid van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en artikel 39, tweede lid, van de Gezondheidswet of het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;
b. het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in artikel 27 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;
c. het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 9.5, derde lid, van de Jeugdwet;
d. het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, van de Jeugdwet.
2. In afwijking van artikel 10juncto artikel 1bhebben de onder de Hoofdinspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd ressorterende functionarissen ieder machtiging tot het aanzeggen van een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom en het aanzeggen van het voornemen tot het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van artikel 10juncto artikel 1bhebben de Inspecteur-Generaal, de Directeur Beleid en Strategie, het hoofd Bureau Opsporing en Boetes en het hoofd Juridische Zaken van de inspectie gezondheidszorg en jeugd mandaat voor het opleggen van een bestuurlijke boete op het werkterrein van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
a. het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 29, tweede lid van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en artikel 39, tweede lid, van de Gezondheidswet of het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;
b. het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in artikel 27 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;
c. het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 9.5, derde lid, van de Jeugdwet;
d. het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, van de Jeugdwet.
2. In afwijking van artikel 10juncto artikel 1bhebben de onder de Hoofdinspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd ressorterende functionarissen ieder machtiging tot het aanzeggen van een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom en het aanzeggen van het voornemen tot het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van artikel 10juncto artikel 1bhebben de Inspecteur-Generaal, de Directeur Beleid en Strategie, het hoofd Bureau Opsporing en Boetes en het hoofd Juridische Zaken van de inspectie gezondheidszorg en jeugd mandaat voor het opleggen van een bestuurlijke boete op het werkterrein van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.