BWBR0007912
Geldig vanaf 1996-03-03
Artikel 9
Regeling haveninterne projecten
1. Binnen zes maanden nadat de subsidie-ontvanger de gegevens, bedoeld in artikel 7, derde lid, heeft overgelegd, wordt het bedrag van de subsidie definitief vastgesteld overeenkomstig het tweede lid.
2. Indien uit de gegevens die op grond van artikel 7, derde lid, zijn overgelegd blijkt dat de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project, de werkelijke projectkosten of beide lager zijn dan was vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, wordt - indien nodig - het voorlopige subsidiebedrag, vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, zodanig verlaagd dat de subsidie bestaat uit een vergoeding van de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het havenproject tot een maximum van 20% van de werkelijke projectkosten. Het definitieve subsidiebedrag is niet hoger dan het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.
3. Indien het definitieve subsidiebedrag hoger is dan hetgeen reeds als voorschot ingevolge artikel 6, tweede lid, is uitbetaald, wordt het meerdere uitbetaald volgens een aan het beschikbare budget en aan de in enig begrotingsjaar beschikbare kasruimte gerelateerd kasschema. Van dit kasschema kan bij de uitbetaling in voor de subsidie-ontvanger gunstige zin worden afgeweken.
4. Indien het definitieve subsidiebe-drag lager is dan hetgeen reeds als voorschot ingevolge artikel 6, tweede lid, is uitbetaald, wordt het teveel uitbetaalde teruggevorderd.
5. De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt in elk geval:
a. de definitieve projectkosten;
b. de onderdelen van het project die als subsidiabel zijn aangemerkt en de definitieve kosten hiervan;
c. het subsidiebedrag en de wijze waarop dit is vastgesteld;
d. het kasschema, bedoeld in het derde lid, dan wel de termijn waarbinnen de terugbetaling, bedoeld in het vierde lid, dient plaats te vinden.
2. Indien uit de gegevens die op grond van artikel 7, derde lid, zijn overgelegd blijkt dat de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project, de werkelijke projectkosten of beide lager zijn dan was vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, wordt - indien nodig - het voorlopige subsidiebedrag, vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, zodanig verlaagd dat de subsidie bestaat uit een vergoeding van de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het havenproject tot een maximum van 20% van de werkelijke projectkosten. Het definitieve subsidiebedrag is niet hoger dan het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.
3. Indien het definitieve subsidiebedrag hoger is dan hetgeen reeds als voorschot ingevolge artikel 6, tweede lid, is uitbetaald, wordt het meerdere uitbetaald volgens een aan het beschikbare budget en aan de in enig begrotingsjaar beschikbare kasruimte gerelateerd kasschema. Van dit kasschema kan bij de uitbetaling in voor de subsidie-ontvanger gunstige zin worden afgeweken.
4. Indien het definitieve subsidiebe-drag lager is dan hetgeen reeds als voorschot ingevolge artikel 6, tweede lid, is uitbetaald, wordt het teveel uitbetaalde teruggevorderd.
5. De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt in elk geval:
a. de definitieve projectkosten;
b. de onderdelen van het project die als subsidiabel zijn aangemerkt en de definitieve kosten hiervan;
c. het subsidiebedrag en de wijze waarop dit is vastgesteld;
d. het kasschema, bedoeld in het derde lid, dan wel de termijn waarbinnen de terugbetaling, bedoeld in het vierde lid, dient plaats te vinden.