BWBR0007912
Geldig vanaf 1996-03-03
Artikel 7
Regeling haveninterne projecten
1. De subsidie-ontvanger die een wijziging aanbrengt in het havenproject of afziet van het project of van een onderdeel daarvan, deelt dit onverwijld mee aan de minister.
2. Onverminderd het eerste lid legt de subsidie-ontvanger gedurende de looptijd van het havenproject jaarlijks binnen twee maanden na het einde van het kalenderjaar een voortgangsrapportage over, waarin zijn opgenomen:
a. een beschrijving van de in het desbetreffende kalenderjaar uitgevoerde activiteiten en de per activiteit verrichte uitgaven;
b. een planning van de in het kader van het project nog uit te voeren activiteiten en de nog te verwachten uitgaven.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid legt de subsidie-ontvanger binnen vier maanden na de voltooiing van het havenproject een financiële verantwoording over betreffende de uitvoering van het totale project. Deze verantwoording dient te zijn voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De minister kan een controle-protocol voorschrijven dat door de accountant gehanteerd wordt.
4. De minister kan een zelfstandig onderzoek laten verrichten naar de naleving van de meldings- en rapportageplicht, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Daartoe wijst hij een of meer deskundigen op het gebied van financieel-administratieve controle aan. De subsidie-ontvanger is verplicht aan deze deskundigen alle medewerking te verlenen die nodig is voor dit onderzoek.
5. De minister kan voorts onderzoek laten verrichten naar de voortgang van het havenproject op het terrein waar de uitvoering van de werkzaamheden plaatsvindt.
2. Onverminderd het eerste lid legt de subsidie-ontvanger gedurende de looptijd van het havenproject jaarlijks binnen twee maanden na het einde van het kalenderjaar een voortgangsrapportage over, waarin zijn opgenomen:
a. een beschrijving van de in het desbetreffende kalenderjaar uitgevoerde activiteiten en de per activiteit verrichte uitgaven;
b. een planning van de in het kader van het project nog uit te voeren activiteiten en de nog te verwachten uitgaven.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid legt de subsidie-ontvanger binnen vier maanden na de voltooiing van het havenproject een financiële verantwoording over betreffende de uitvoering van het totale project. Deze verantwoording dient te zijn voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De minister kan een controle-protocol voorschrijven dat door de accountant gehanteerd wordt.
4. De minister kan een zelfstandig onderzoek laten verrichten naar de naleving van de meldings- en rapportageplicht, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Daartoe wijst hij een of meer deskundigen op het gebied van financieel-administratieve controle aan. De subsidie-ontvanger is verplicht aan deze deskundigen alle medewerking te verlenen die nodig is voor dit onderzoek.
5. De minister kan voorts onderzoek laten verrichten naar de voortgang van het havenproject op het terrein waar de uitvoering van de werkzaamheden plaatsvindt.