BWBR0007912
Geldig vanaf 1996-03-03
Artikel 4
Regeling haveninterne projecten
1. Het budget dat voor het toekennen van subsidies ingevolge deze regeling beschikbaar is, is gelijk aan het totaal van de bedragen die in de begrotingen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat van de jaren 1996 tot en met 1999 daarvoor beschikbaar worden gesteld op artikel 05.32.
2. De subsidie bestaat uit een vergoeding van de subsidiabele onderdelen van het havenproject, tot een maximum van 20% van de projectkosten.
3. Tot de subsidiabele onderdelen, bedoeld in het tweede lid, behoren:
a. de kosten van werken in de havens zelf, met inbegrip van: het graven van havenbekkens en het aanleggen van kades;
het opruimen van milieuverontreiniging;
landaanwinning, exclusief het bouwrijp maken van de grond;
baggeroperaties;
de installatie van nutsaansluitingen;
het graven van havenbekkens en het aanleggen van kades;
het opruimen van milieuverontreiniging;
landaanwinning, exclusief het bouwrijp maken van de grond;
baggeroperaties;
de installatie van nutsaansluitingen;
b. de kosten van aanleg van openbare landtransportvoorzieningen, met inbegrip van wegen en spoorwegen binnen het terrein waar het havenproject wordt gerealiseerd;
c. de kosten van aanleg van korte verbindingen met het openbare spoorwegen-, vaarwegen- of wegennet;
d. bouwrente;
e. de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht, tot een maximum van 10% van de kosten, genoemd onder a, b en c.
4. De kosten, bedoeld in het derde lid, zijn exclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting.
5. De bouwrente, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, is gelijk aan de rente van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk. Het bedrag en de termijn waarover de bouwrente vergoed wordt, behoeft de goedkeuring van de minister.
6. Indien ten behoeve van het havenproject financiële steun uit andere hoofde dan deze regeling is verleend dan wel daarop aanspraak bestaat, wordt de subsidie, die is vastgesteld ingevolge het tweede lid, in afwijking van het bepaalde in dit lid, zodanig verlaagd dat de totale subsidie niet meer dan 50% van de projectkosten bedraagt.
2. De subsidie bestaat uit een vergoeding van de subsidiabele onderdelen van het havenproject, tot een maximum van 20% van de projectkosten.
3. Tot de subsidiabele onderdelen, bedoeld in het tweede lid, behoren:
a. de kosten van werken in de havens zelf, met inbegrip van: het graven van havenbekkens en het aanleggen van kades;
het opruimen van milieuverontreiniging;
landaanwinning, exclusief het bouwrijp maken van de grond;
baggeroperaties;
de installatie van nutsaansluitingen;
het graven van havenbekkens en het aanleggen van kades;
het opruimen van milieuverontreiniging;
landaanwinning, exclusief het bouwrijp maken van de grond;
baggeroperaties;
de installatie van nutsaansluitingen;
b. de kosten van aanleg van openbare landtransportvoorzieningen, met inbegrip van wegen en spoorwegen binnen het terrein waar het havenproject wordt gerealiseerd;
c. de kosten van aanleg van korte verbindingen met het openbare spoorwegen-, vaarwegen- of wegennet;
d. bouwrente;
e. de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht, tot een maximum van 10% van de kosten, genoemd onder a, b en c.
4. De kosten, bedoeld in het derde lid, zijn exclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting.
5. De bouwrente, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, is gelijk aan de rente van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk. Het bedrag en de termijn waarover de bouwrente vergoed wordt, behoeft de goedkeuring van de minister.
6. Indien ten behoeve van het havenproject financiële steun uit andere hoofde dan deze regeling is verleend dan wel daarop aanspraak bestaat, wordt de subsidie, die is vastgesteld ingevolge het tweede lid, in afwijking van het bepaalde in dit lid, zodanig verlaagd dat de totale subsidie niet meer dan 50% van de projectkosten bedraagt.