BWBR0007731
Geldig vanaf 2004-01-21
Artikel 4
Regeling aanwijzing bewijsstukken beheerder Vestigingsbesluit bedrijven
1. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de beheerder gerichte eisen voor het bakkersbedrijf moet blijken, worden aangewezen:
a. het diploma Vaktechniek voor het bakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), en mits op het diploma is vermeld dat de STEVES onder toezicht van de minister staat;
b. het diploma ’Vakbekwaamheid voor het banketbakkersbedrijf’, afgegeven door de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
c. het ’ondernemersdiploma voor het banketbakkersbedrijf’ van de Vereniging tot Bevordering van Opleiding in het Banketbakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
d. het diploma ’Vakbekwaamheid Broodbakkersbedrijf’ afgegeven door de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
e. het diploma ’vakbekwaamheid voor het brood-banketbakkersbedrijf’, afgegeven door of namens de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf en de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf tezamen, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
f. het einddiploma voor het brood- en banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister en;
g. het diploma van vakbekwaamheid voor het brood- of banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Bisschoppelijke Nijverheidsschool ’St. Gerardus Majella’ dan wel de Katholieke Technische School te Voorhout, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister.
2. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de beheerder gerichte eisen voor het bakkersbedrijf moet blijken, worden mede aangewezen de volgende diploma’s ingevolge de Wet op het leerlingwezen, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijsof de Wet educatie en beroepsonderwijs:
a. het diploma middelbaar technisch onderwijs van de afdeling bakkerij of de afdeling brood- en/of banketbakken van de Vakschool van de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen of van de Middelbare Vakschool ’Wageningen’;
b. het diploma middelbaar technisch onderwijs van de Middelbare Bakkerijschool (MTS voor Brood- en Banketbakken), mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van vaktechniek voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
c. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Ondernemer Midden- en Kleinbakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van vaktechniek voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
d. het certificaat middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Ondernemer Midden- en Kleinbakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van vaktechniek voor het levensmiddelenbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
e. het diploma leerlingwezen van de voortgezette opleiding voor het beroep van broodbakker of brood/banketbakker, afgegeven door de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf;
f. het diploma leerlingwezen van de voortgezette opleiding voor het beroep van 1e banketbakkersbediende, afgegeven door VBOB, opleidingsinstituut voor de banketbakkersbranche;
g. het diploma leerlingwezen van de voortgezette opleiding Brood-/banketbakker, afgegeven door de Stichting Opleidingen Brood en Banket;
h. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Produktieleider Industrieel Bakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van vaktechniek voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
i. het diploma van de opleiding Leidinggevende, kwalificatiecode 10494;
j. het diploma van de opleiding All-Round Banketbakker, kwalificatiecode 10496;
k. het diploma van de opleiding All-Round Brood- en Banketbakker, kwalificatiecode 10497;
l. het diploma van de opleiding All-Round Broodbakker, kwalificatiecode 10498;
m. het diploma van de opleiding All-Round Broodbakker Grootbedrijf, kwalificatiecode 10725; en
n. het diploma van de opleiding Leidinggevende, kwalificatiecode 10778.
3. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de beheerder gerichte eisen voor het bakkersbedrijf moet blijken, worden mede aangewezen:
a. het bewijsstuk, afgegeven door een door de minister ingestelde dan wel aangewezen commissie van deskundigen, waaruit blijkt, dat de houder na het bereiken van de 40-jarige leeftijd met gunstig gevolg een proef inzake vakbekwaamheid voor het brood- of banketbakkersbedrijf heeft afgelegd, mits mede ondertekend door een vertegenwoordiger van de minister;
b. een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het brood- of banketbakkersbedrijf;
c. een verklaring van vaktechniek als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het bakkersbedrijf; en
d. de verklaring Vaktechniek voor het bakkersbedrijf, waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van Vaktechniek voor het bakkersbedrijf, bedoeld in het vestigingsbesluit, mits deze verklaring mede is ondertekend door de directeur van STEVES en op de verklaring is vermeld dat STEVES onder toezicht van de minister is gesteld.
a. het diploma Vaktechniek voor het bakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), en mits op het diploma is vermeld dat de STEVES onder toezicht van de minister staat;
b. het diploma ’Vakbekwaamheid voor het banketbakkersbedrijf’, afgegeven door de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
c. het ’ondernemersdiploma voor het banketbakkersbedrijf’ van de Vereniging tot Bevordering van Opleiding in het Banketbakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
d. het diploma ’Vakbekwaamheid Broodbakkersbedrijf’ afgegeven door de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
e. het diploma ’vakbekwaamheid voor het brood-banketbakkersbedrijf’, afgegeven door of namens de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf en de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf tezamen, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
f. het einddiploma voor het brood- en banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister en;
g. het diploma van vakbekwaamheid voor het brood- of banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Bisschoppelijke Nijverheidsschool ’St. Gerardus Majella’ dan wel de Katholieke Technische School te Voorhout, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister.
2. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de beheerder gerichte eisen voor het bakkersbedrijf moet blijken, worden mede aangewezen de volgende diploma’s ingevolge de Wet op het leerlingwezen, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijsof de Wet educatie en beroepsonderwijs:
a. het diploma middelbaar technisch onderwijs van de afdeling bakkerij of de afdeling brood- en/of banketbakken van de Vakschool van de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen of van de Middelbare Vakschool ’Wageningen’;
b. het diploma middelbaar technisch onderwijs van de Middelbare Bakkerijschool (MTS voor Brood- en Banketbakken), mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van vaktechniek voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
c. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Ondernemer Midden- en Kleinbakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van vaktechniek voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
d. het certificaat middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Ondernemer Midden- en Kleinbakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van vaktechniek voor het levensmiddelenbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
e. het diploma leerlingwezen van de voortgezette opleiding voor het beroep van broodbakker of brood/banketbakker, afgegeven door de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf;
f. het diploma leerlingwezen van de voortgezette opleiding voor het beroep van 1e banketbakkersbediende, afgegeven door VBOB, opleidingsinstituut voor de banketbakkersbranche;
g. het diploma leerlingwezen van de voortgezette opleiding Brood-/banketbakker, afgegeven door de Stichting Opleidingen Brood en Banket;
h. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Produktieleider Industrieel Bakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van vaktechniek voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
i. het diploma van de opleiding Leidinggevende, kwalificatiecode 10494;
j. het diploma van de opleiding All-Round Banketbakker, kwalificatiecode 10496;
k. het diploma van de opleiding All-Round Brood- en Banketbakker, kwalificatiecode 10497;
l. het diploma van de opleiding All-Round Broodbakker, kwalificatiecode 10498;
m. het diploma van de opleiding All-Round Broodbakker Grootbedrijf, kwalificatiecode 10725; en
n. het diploma van de opleiding Leidinggevende, kwalificatiecode 10778.
3. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de beheerder gerichte eisen voor het bakkersbedrijf moet blijken, worden mede aangewezen:
a. het bewijsstuk, afgegeven door een door de minister ingestelde dan wel aangewezen commissie van deskundigen, waaruit blijkt, dat de houder na het bereiken van de 40-jarige leeftijd met gunstig gevolg een proef inzake vakbekwaamheid voor het brood- of banketbakkersbedrijf heeft afgelegd, mits mede ondertekend door een vertegenwoordiger van de minister;
b. een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het brood- of banketbakkersbedrijf;
c. een verklaring van vaktechniek als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het bakkersbedrijf; en
d. de verklaring Vaktechniek voor het bakkersbedrijf, waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van Vaktechniek voor het bakkersbedrijf, bedoeld in het vestigingsbesluit, mits deze verklaring mede is ondertekend door de directeur van STEVES en op de verklaring is vermeld dat STEVES onder toezicht van de minister is gesteld.