Een vergunning tot uitoefening van het elektrotechnisch installatiebedrijf, bedoeld in artikel 5, onderdeel f, wordt slechts verleend indien, in aanvulling op het bepaalde in artikel 11, tevens door de beheerder wordt voldaan aan de volgende in
artikel 6 van de wetbedoelde eisen:
a. kennis en vaardigheid met betrekking tot het specificeren en aanleggen van eenvoudige licht-, kracht- en communicatie-installaties en het opsporen en herstellen van gebreken in die installaties, alsmede van risico's bij de uitvoering van desbetreffende werkzaamheden;
b. kennis van natuurkundige wetten en de toepassing daarvan met betrekking tot elektriciteit, verlichting en communicatie;
c. kennis van technische voorschriften ten aanzien van de onder a en b genoemde eisen;
d. gebruik kunnen maken van documentatie en kunnen lezen van bestekken in verband met de onder a en b genoemde eisen.