BWBR0007632
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 37
Douanewet
1. Indien voor goederen in tijdelijke opslag waarvoor een summiere aangifte is gedaan de formaliteiten welke nodig zijn om deze goederen een douanebestemming te geven niet worden vervuld binnen de ingevolge artikel 49 van het Communautair douanewetboek geldende termijn, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene die de formaliteiten binnen deze termijn dient te vervullen en degene door wiens toedoen de formaliteiten niet binnen deze termijn worden vervuld ieder een boete van ten hoogste € 90 kan opleggen.
2. Indien het niet vervullen van de in het eerste lid bedoelde formaliteiten binnen de ingevolge artikel 49 van het Communautair douanewetboek geldende termijn, een douaneschuld doet ontstaan en het daaruit voortvloeiende bedrag aan rechten bij invoer hoger is dan € 90, terwijl het niet vervullen van die formaliteiten binnen die termijn is te wijten aan opzet of grove schuld van één of meer van degenen, bedoeld in het eerste lid, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem, onderscheidenlijk ieder van hen, een boete van ten hoogste 100 percent van het bedrag van de rechten kan opleggen.
2. Indien het niet vervullen van de in het eerste lid bedoelde formaliteiten binnen de ingevolge artikel 49 van het Communautair douanewetboek geldende termijn, een douaneschuld doet ontstaan en het daaruit voortvloeiende bedrag aan rechten bij invoer hoger is dan € 90, terwijl het niet vervullen van die formaliteiten binnen die termijn is te wijten aan opzet of grove schuld van één of meer van degenen, bedoeld in het eerste lid, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem, onderscheidenlijk ieder van hen, een boete van ten hoogste 100 percent van het bedrag van de rechten kan opleggen.