BWBR0007632
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 14
Douanewet
1. Aan onderzoek door de inspecteur zijn mede onderworpen vervoermiddelen, de zich daarin of daarop bevindende goederen en goederen in vervoer, alsmede de daarop betrekking hebbende bescheiden waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor de heffing van de rechten bij invoer.
2. Ten behoeve van het onderzoek is, op vordering van de inspecteur, gedaan overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels:
a. de gezagvoerder van een schip gehouden het schip terstond vaart te doen minderen, te doen bijdraaien of te doen stilhouden en aanleggen;
b. de bestuurder van een ander vervoermiddel dan een schip gehouden dit terstond te doen stilhouden en, indien het vervoermiddel door mechanische kracht wordt voortbewogen, de motor buiten werking te stellen;
c. de persoon die goederen vervoert die zich niet in of op een vervoermiddel bevinden gehouden terstond stil te staan.
2. Ten behoeve van het onderzoek is, op vordering van de inspecteur, gedaan overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels:
a. de gezagvoerder van een schip gehouden het schip terstond vaart te doen minderen, te doen bijdraaien of te doen stilhouden en aanleggen;
b. de bestuurder van een ander vervoermiddel dan een schip gehouden dit terstond te doen stilhouden en, indien het vervoermiddel door mechanische kracht wordt voortbewogen, de motor buiten werking te stellen;
c. de persoon die goederen vervoert die zich niet in of op een vervoermiddel bevinden gehouden terstond stil te staan.