BWBR0007482
Geldig vanaf 1995-10-01
Artikel 9
Regeling dierenvervoer
1. Het model van het in artikel 9, eerste lid, van het besluitbedoelde bewijsstuk is het model opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B.
2. Het in het eerste lid bedoelde bewijsstuk wordt door de Minister afgegeven na een keuring van het voertuig en is slechts geldig indien en voor zolang op het voertuig een daarbij behorende, door de Minister beschikbaar gestelde dierenvervoerplaat, waarop de in het bewijsstuk vermelde gegevens in code zijn vermeld, is bevestigd overeenkomstig het derde lid.
3. De dierenvervoerplaat wordt aan de buitenzijde van de voertuigen welke voor het vervoeren van vee zijn goedgekeurd goed zichtbaar aangebracht vooraan aan de -gezien in de rijrichting- linkerzijkant van de wagenbak waarin het vee wordt vervoerd.
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid vervalt de geldigheid van het bewijsstuk 5 jaar na de afgifte daarvan dan wel binnen die termijn zodra wordt vastgesteld, dat het voertuig niet meer voldoet aan de in het besluit en in § 2van deze afdeling gestelde eisen.
5. Indien is vastgesteld dat het voertuig niet meer aan de gestelde eisen voldoet, wordt het bewijsstuk alsmede de in het tweede lid bedoelde dierenvervoerplaat op eerste vordering van de Minister, bij deze onverwijld ingeleverd.
2. Het in het eerste lid bedoelde bewijsstuk wordt door de Minister afgegeven na een keuring van het voertuig en is slechts geldig indien en voor zolang op het voertuig een daarbij behorende, door de Minister beschikbaar gestelde dierenvervoerplaat, waarop de in het bewijsstuk vermelde gegevens in code zijn vermeld, is bevestigd overeenkomstig het derde lid.
3. De dierenvervoerplaat wordt aan de buitenzijde van de voertuigen welke voor het vervoeren van vee zijn goedgekeurd goed zichtbaar aangebracht vooraan aan de -gezien in de rijrichting- linkerzijkant van de wagenbak waarin het vee wordt vervoerd.
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid vervalt de geldigheid van het bewijsstuk 5 jaar na de afgifte daarvan dan wel binnen die termijn zodra wordt vastgesteld, dat het voertuig niet meer voldoet aan de in het besluit en in § 2van deze afdeling gestelde eisen.
5. Indien is vastgesteld dat het voertuig niet meer aan de gestelde eisen voldoet, wordt het bewijsstuk alsmede de in het tweede lid bedoelde dierenvervoerplaat op eerste vordering van de Minister, bij deze onverwijld ingeleverd.