BWBR0007482
Geldig vanaf 1995-10-01
Artikel 32
Regeling dierenvervoer
Bij vervoer van vee in of op aanhangwagens als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel d, van het Besluit dierenvervoer 1994voldoet de wagen aan de navolgende eisen:
a. de wagen is zodanig ingericht dat het ingeladen vee niet buiten het voertuig kan reiken;
b. de wagen is voorzien van wielen met luchtbanden;
c. met de wagen worden geen paarden met een schofthoogte van meer dan 1,47 m vervoerd;
d. de laadvloer van de wagen is dicht en vlak. De vloer bestaat uit hout met een dikte van ten minste 30 mm;
e. de wagen is aan alle zijden voorzien van gesloten wanden, die geheel op of aan de laadvloer aansluiten. De zijwanden zijn tot een hoogte van ten minste 1,20 m boven de laadvloer gesloten. Indien een overdekking wordt aangebracht, wordt zorg gedragen voor voldoende ventilatie;
f. de laadruimte is vrij van uitstekende delen; kanten of uitstekende hoeken van noodzakelijk in de laadruimte aanwezige delen van het koetswerk zijn rond en zo nodig met hout op- of aangevuld;
g. indien voor het vastzetten van het vee aan de zijwanden een aantal ringen is aangebracht, zijn deze verzonken in de wanden, en
h. indien binnen de laadruimte uitstekende wielkasten zijn aangebracht, hebben de zijden daarvan een rechthoekige vorm, terwijl de hoeken zijn afgerond; de wielkasten zijn vervaardigd van hout of zijn daarmee bedekt. Voor het vervoer van grootvee bevindt zich onder de houten wielkasten een ijzeren plaat van ten minste 5 mm dikte.
a. de wagen is zodanig ingericht dat het ingeladen vee niet buiten het voertuig kan reiken;
b. de wagen is voorzien van wielen met luchtbanden;
c. met de wagen worden geen paarden met een schofthoogte van meer dan 1,47 m vervoerd;
d. de laadvloer van de wagen is dicht en vlak. De vloer bestaat uit hout met een dikte van ten minste 30 mm;
e. de wagen is aan alle zijden voorzien van gesloten wanden, die geheel op of aan de laadvloer aansluiten. De zijwanden zijn tot een hoogte van ten minste 1,20 m boven de laadvloer gesloten. Indien een overdekking wordt aangebracht, wordt zorg gedragen voor voldoende ventilatie;
f. de laadruimte is vrij van uitstekende delen; kanten of uitstekende hoeken van noodzakelijk in de laadruimte aanwezige delen van het koetswerk zijn rond en zo nodig met hout op- of aangevuld;
g. indien voor het vastzetten van het vee aan de zijwanden een aantal ringen is aangebracht, zijn deze verzonken in de wanden, en
h. indien binnen de laadruimte uitstekende wielkasten zijn aangebracht, hebben de zijden daarvan een rechthoekige vorm, terwijl de hoeken zijn afgerond; de wielkasten zijn vervaardigd van hout of zijn daarmee bedekt. Voor het vervoer van grootvee bevindt zich onder de houten wielkasten een ijzeren plaat van ten minste 5 mm dikte.