BWBR0007482
Geldig vanaf 1995-10-01
Artikel 37
Regeling dierenvervoer
Bij het in- en uitladen van vee wordt gebruik gemaakt van:
a. voor zover vee in vliegtuiglaadeenheden wordt vervoerd, vrachtliften, vorkhef-trucks of lopende banden, en
b. voor zover vee anders dan in vliegtuiglaadeenheden wordt vervoerd, laadbruggen die aan de volgende eisen voldoen: 1° de oppervlakte is voorzien van een antisliplaag;
2° op de oppervlakte zijn dwarslatten aangebracht met een onderlinge afstand van ten hoogste 25 cm;
3° er zijn zijwanden aangebracht met een hoogte van ten minste 75 cm, en
4° de hoek van de laadbrug met het horizontale vlak bedraagt ten hoogste 20 graden.
1° de oppervlakte is voorzien van een antisliplaag;
2° op de oppervlakte zijn dwarslatten aangebracht met een onderlinge afstand van ten hoogste 25 cm;
3° er zijn zijwanden aangebracht met een hoogte van ten minste 75 cm, en
4° de hoek van de laadbrug met het horizontale vlak bedraagt ten hoogste 20 graden.
a. voor zover vee in vliegtuiglaadeenheden wordt vervoerd, vrachtliften, vorkhef-trucks of lopende banden, en
b. voor zover vee anders dan in vliegtuiglaadeenheden wordt vervoerd, laadbruggen die aan de volgende eisen voldoen: 1° de oppervlakte is voorzien van een antisliplaag;
2° op de oppervlakte zijn dwarslatten aangebracht met een onderlinge afstand van ten hoogste 25 cm;
3° er zijn zijwanden aangebracht met een hoogte van ten minste 75 cm, en
4° de hoek van de laadbrug met het horizontale vlak bedraagt ten hoogste 20 graden.
1° de oppervlakte is voorzien van een antisliplaag;
2° op de oppervlakte zijn dwarslatten aangebracht met een onderlinge afstand van ten hoogste 25 cm;
3° er zijn zijwanden aangebracht met een hoogte van ten minste 75 cm, en
4° de hoek van de laadbrug met het horizontale vlak bedraagt ten hoogste 20 graden.