BWBR0006639
Geldig vanaf 1994-05-06
Artikel 3
Regeling EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen
1. De door of namens de kennisgever te stellen financiële zekerheid bedraagt € 450 per ton over te brengen afvalstoffen.
2. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de door of namens de kennisgever te stellen financiële zekerheid voor loodaccu's en loodassen € 45 per ton over te brengen afvalstoffen en voor zinkassen € 80 per ton over te brengen afvalstoffen.
3. Indien de werkelijke kosten van verwijdering of nuttige toepassing van de over te brengen afvalstoffen en van het vervoer naar de plaats waar de verwijdering of nuttige toepassing kan plaatsvinden in belangrijke mate afwijken van het op basis van het eerste lid berekende bedrag, kan de Minister een hogere financiële zekerheid verlangen, dan wel genoegen nemen met een lagere financiële zekerheid.
4. Financiële zekerheid wordt gesteld ten behoeve van de Staat der Nederlanden.
5. In afwijking van het eerste lid wordt geen financiële zekerheid verlangd, wanneer het de in- of doorvoer van afvalstoffen betreft, afkomstig van een andere staat waar de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, en de bevoegde autoriteit van verzending een verklaring naar de Minister heeft gezonden, waaruit blijkt dat ten behoeve van die bevoegde autoriteit voldoende financiële zekerheid is gesteld.
6. De verklaring van de bevoegde autoriteit van verzending, bedoeld in het vierde lid, bevat:
a. de aanduiding van de afvalstoffen waarvoor de financiële zekerheid is gesteld;
b. de vorm waarin financiële zekerheid is gesteld;
c. het bedrag waarvoor financiële zekerheid is gesteld;
d. de naam van de natuurlijke of rechtspersoon die de financiële zekerheid heeft gesteld;
e. de naam van de natuurlijke of rechtspersoon ten behoeve waarvan de financiële zekerheid is gesteld.
2. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de door of namens de kennisgever te stellen financiële zekerheid voor loodaccu's en loodassen € 45 per ton over te brengen afvalstoffen en voor zinkassen € 80 per ton over te brengen afvalstoffen.
3. Indien de werkelijke kosten van verwijdering of nuttige toepassing van de over te brengen afvalstoffen en van het vervoer naar de plaats waar de verwijdering of nuttige toepassing kan plaatsvinden in belangrijke mate afwijken van het op basis van het eerste lid berekende bedrag, kan de Minister een hogere financiële zekerheid verlangen, dan wel genoegen nemen met een lagere financiële zekerheid.
4. Financiële zekerheid wordt gesteld ten behoeve van de Staat der Nederlanden.
5. In afwijking van het eerste lid wordt geen financiële zekerheid verlangd, wanneer het de in- of doorvoer van afvalstoffen betreft, afkomstig van een andere staat waar de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, en de bevoegde autoriteit van verzending een verklaring naar de Minister heeft gezonden, waaruit blijkt dat ten behoeve van die bevoegde autoriteit voldoende financiële zekerheid is gesteld.
6. De verklaring van de bevoegde autoriteit van verzending, bedoeld in het vierde lid, bevat:
a. de aanduiding van de afvalstoffen waarvoor de financiële zekerheid is gesteld;
b. de vorm waarin financiële zekerheid is gesteld;
c. het bedrag waarvoor financiële zekerheid is gesteld;
d. de naam van de natuurlijke of rechtspersoon die de financiële zekerheid heeft gesteld;
e. de naam van de natuurlijke of rechtspersoon ten behoeve waarvan de financiële zekerheid is gesteld.