BWBR0007335
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 19
Besluit bijstandverlening zelfstandigen
1. Burgemeester en wethouders leggen in de beschikking waarin de bijstand wordt toegekend in elk geval vast:
a. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van een lening op grond van de artikelen 5 of 12: 1°. de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing alsmede de betalingstermijnen;
2°. dat het bedrag van de lening, behoudens in de gevallen waarin artikel 8, tweede lid, van toepassing is en met inachtneming van artikel 21, terstond opeisbaar is bij het niet nakomen van de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing.
1°. de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing alsmede de betalingstermijnen;
2°. dat het bedrag van de lening, behoudens in de gevallen waarin artikel 8, tweede lid, van toepassing is en met inachtneming van artikel 21, terstond opeisbaar is bij het niet nakomen van de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing.
b. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van borgtocht op grond van artikel 6, dat aan de verplichtingen opgenomen in de leningsovereenkomst met de bank dient te worden voldaan.
2. In de beschikking tot toekenning van de bijstand wordt voorts opgenomen dat het bedrag van de lening terstond opeisbaar is:
a. indien zij niet overeenkomstig de bestemming is besteed;
b. op het moment dat de zelfstandige het bedrijf of zelfstandig beroep overdraagt of beëindigt;
c. ingeval van surséance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon.
a. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van een lening op grond van de artikelen 5 of 12: 1°. de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing alsmede de betalingstermijnen;
2°. dat het bedrag van de lening, behoudens in de gevallen waarin artikel 8, tweede lid, van toepassing is en met inachtneming van artikel 21, terstond opeisbaar is bij het niet nakomen van de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing.
1°. de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing alsmede de betalingstermijnen;
2°. dat het bedrag van de lening, behoudens in de gevallen waarin artikel 8, tweede lid, van toepassing is en met inachtneming van artikel 21, terstond opeisbaar is bij het niet nakomen van de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing.
b. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van borgtocht op grond van artikel 6, dat aan de verplichtingen opgenomen in de leningsovereenkomst met de bank dient te worden voldaan.
2. In de beschikking tot toekenning van de bijstand wordt voorts opgenomen dat het bedrag van de lening terstond opeisbaar is:
a. indien zij niet overeenkomstig de bestemming is besteed;
b. op het moment dat de zelfstandige het bedrijf of zelfstandig beroep overdraagt of beëindigt;
c. ingeval van surséance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon.