BWBR0007335
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 13
Besluit bijstandverlening zelfstandigen
1. Aan een oudere zelfstandige als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, wordt bijstand verleend indien hij uit het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting de eerstkomende jaren een bruto inkomen zal behalen dat gemiddeld minstens f 12 000 per 1 januari 2003: € 6.447,00per boekjaar bedraagt.
2. Bijstand in de vorm van een bedrag om niet wordt aan de oudere zelfstandige niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan f 197 500 per 1 januari 2003: € 109.368,00.
3. Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de oudere zelfstandige slechts verleend tot ten hoogste f 15 000 per 1 januari 2003: € 8.117,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan f 197 500 per 1 januari 2003: € 109.368,00in de vorm van een renteloze lening. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.
2. Bijstand in de vorm van een bedrag om niet wordt aan de oudere zelfstandige niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan f 197 500 per 1 januari 2003: € 109.368,00.
3. Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de oudere zelfstandige slechts verleend tot ten hoogste f 15 000 per 1 januari 2003: € 8.117,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan f 197 500 per 1 januari 2003: € 109.368,00in de vorm van een renteloze lening. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.