BWBR0007335
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 12
Besluit bijstandverlening zelfstandigen
1. Aan een beginnende zelfstandige als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal uitsluitend bijstand in de vorm van een geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste f 60 000 per 1 januari 2003: € 29.889,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep. Het gestelde in artikel 6, onder b, c, d, e en f, is van overeenkomstige toepassing.
2. Toekenning van algemene bijstand als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wetwordt beëindigd zodra het bedrijf of zelfstandig beroep niet meer levensvatbaar is.
3. Burgemeester en wethouders onderzoeken of het bedrijf of zelfstandig beroep nog levensvatbaar is:
a. 6 maanden na aanvang van de bijstandsverlening, bedoeld in artikel 8, tweede lid, eerste zin, van de wet en daarna na een periode van respectievelijk 6 en 12 maanden;
b. bij verlenging van de toekenning van algemene bijstand om redenen van medische of sociale aard als bedoeld in artikel 8, tweede lid, tweede zin, van de wet en vervolgens telkens na een periode van 12 maanden.
2. Toekenning van algemene bijstand als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wetwordt beëindigd zodra het bedrijf of zelfstandig beroep niet meer levensvatbaar is.
3. Burgemeester en wethouders onderzoeken of het bedrijf of zelfstandig beroep nog levensvatbaar is:
a. 6 maanden na aanvang van de bijstandsverlening, bedoeld in artikel 8, tweede lid, eerste zin, van de wet en daarna na een periode van respectievelijk 6 en 12 maanden;
b. bij verlenging van de toekenning van algemene bijstand om redenen van medische of sociale aard als bedoeld in artikel 8, tweede lid, tweede zin, van de wet en vervolgens telkens na een periode van 12 maanden.