BWBR0007334
Geldig vanaf 01-01-1996
Artikel 56
Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet
1. Onze Minister herziet met ingang van de datum van inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet de in Hoofdstuk IV van die wet genoemde bedragen en percentages op de in afdeling 4 van dat hoofdstuk voorgeschreven wijze voor zover de ontwikkeling van het netto minimumloon, de netto aanspraak op minimumvakantiebijslag, het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie, het prijsindexcijfer voor het onderdeel energie daarvan, gerekend vanaf 1 januari 1992, daartoe aanleiding geeft.
2. Onze Minister herziet met ingang van de datum van inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet de in artikel 4 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen genoemde bedragen op de in die wetten voorgeschreven wijze, voor zover de ontwikkeling van het netto minimumloon en het netto minimumjeugdloon gerekend vanaf 1 januari 1992 daartoe aanleiding geeft.
2. Onze Minister herziet met ingang van de datum van inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet de in artikel 4 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen genoemde bedragen op de in die wetten voorgeschreven wijze, voor zover de ontwikkeling van het netto minimumloon en het netto minimumjeugdloon gerekend vanaf 1 januari 1992 daartoe aanleiding geeft.
- Citeren als
- Art. 56
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007334
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl