BWBR0007334
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 7
Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet
1. Onze Minister kan op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, met ten hoogste 3 maanden verlengen, indien zij aannemelijk kunnen maken dat zij door bijzondere omstandigheden in redelijkheid niet in staat zijn binnen deze termijn uitvoering te geven aan deze paragraaf. Het verzoek dient binnen zes maanden na de peildag te zijn ingediend, vergezeld van een plan waarin wordt aangegeven op welke wijze burgemeester en wethouders uitvoering zullen geven aan het bepaalde in artikel 5, eerste lid.
2. Ingeval van toepassing van het eerste lid wordt in het betreffende geval bij toepassing van artikel 4, eerste lid, en artikel 5, derde en vierde lid, in plaats van "12 maanden" telkens gelezen: 12 maanden vermeerderd met de verlenging op grond van het eerste lid.
2. Ingeval van toepassing van het eerste lid wordt in het betreffende geval bij toepassing van artikel 4, eerste lid, en artikel 5, derde en vierde lid, in plaats van "12 maanden" telkens gelezen: 12 maanden vermeerderd met de verlenging op grond van het eerste lid.