BWBR0007301
Geldig vanaf 1995-04-01
Artikel VIII
Wijzigingsbesluit Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (6)
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. Rechtspositiebesluit: het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel zoals dat op 30 september 1992 luidde;
b. betrokkene: degene die op 30 september 1992 een uitkering geniet krachtens de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel dan wel de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II, met dien verstande dat niet als betrokkene wordt aangemerkt degene die - uit hoofde van zijn dienstverhouding met de instelling als bedoeld in artikel IA-1 onder d, van het Rechtspositiebesluit hetzij zelfstandig verplicht verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren;
- op grond van zijn uitkering in de zin van de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel dan wel de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II hetzij verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren;
- uit hoofde van zijn dienstverhouding met de instelling als bedoeld in artikel IA-1 onder d, van het Rechtspositiebesluit hetzij zelfstandig verplicht verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren;
- op grond van zijn uitkering in de zin van de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel dan wel de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II hetzij verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren;
c. berekeningsbasis: de op 30 september 1992 geldende uitkering krachtens de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel dan wel de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II; herrekend naar een volledige betrekking verminderd met de daarin begrepen vakantie-uitkering van 8%;
d. de werktijdfactor: de betrekkingsomvang waarvoor betrokkene is benoemd, verminderd met het deel van de betrekkingsomvang waarvoor geen bezoldiging wordt ontvangen en gedeeld door de omvang van de normbetrekking, waarbij de uitkomst, indien hoger dan 1, op 1 wordt gesteld;
e. de deeltijdfactor: de overeengekomen betrekkingsomvang gedeeld door de volledige betrekkingsomvang zoals die voor betrokkene gold op de dag vóór het ontslag dan wel gedeeltelijke uittreding.
f. de uittreedfactor: de betrekkingsomvang waarvoor betrokkene is uitgetreden gedeeld door de betrekkingsomvang zoals die gold voor het ontslag dan wel gedeeltelijke uittreding.
2. Aan de betrokkene, wordt een eenmalige uitkering verleend ter grootte van 11,3% van 80% van de voor hem geldende berekeningsbasis, met een maximum van f 431, vermenigvuldigd met de deeltijdfactor.
3. De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen als bedoeld in artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet.
4. De eenmalige uitkering wordt niet gerekend tot de inkomsten, bedoeld in artikel 2, noch tot de tegemoetkoming in ziektekosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel.
a. Rechtspositiebesluit: het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel zoals dat op 30 september 1992 luidde;
b. betrokkene: degene die op 30 september 1992 een uitkering geniet krachtens de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel dan wel de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II, met dien verstande dat niet als betrokkene wordt aangemerkt degene die - uit hoofde van zijn dienstverhouding met de instelling als bedoeld in artikel IA-1 onder d, van het Rechtspositiebesluit hetzij zelfstandig verplicht verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren;
- op grond van zijn uitkering in de zin van de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel dan wel de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II hetzij verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren;
- uit hoofde van zijn dienstverhouding met de instelling als bedoeld in artikel IA-1 onder d, van het Rechtspositiebesluit hetzij zelfstandig verplicht verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren;
- op grond van zijn uitkering in de zin van de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel dan wel de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II hetzij verzekerd is krachtens de Ziekenfondswet, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren;
c. berekeningsbasis: de op 30 september 1992 geldende uitkering krachtens de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel dan wel de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II; herrekend naar een volledige betrekking verminderd met de daarin begrepen vakantie-uitkering van 8%;
d. de werktijdfactor: de betrekkingsomvang waarvoor betrokkene is benoemd, verminderd met het deel van de betrekkingsomvang waarvoor geen bezoldiging wordt ontvangen en gedeeld door de omvang van de normbetrekking, waarbij de uitkomst, indien hoger dan 1, op 1 wordt gesteld;
e. de deeltijdfactor: de overeengekomen betrekkingsomvang gedeeld door de volledige betrekkingsomvang zoals die voor betrokkene gold op de dag vóór het ontslag dan wel gedeeltelijke uittreding.
f. de uittreedfactor: de betrekkingsomvang waarvoor betrokkene is uitgetreden gedeeld door de betrekkingsomvang zoals die gold voor het ontslag dan wel gedeeltelijke uittreding.
2. Aan de betrokkene, wordt een eenmalige uitkering verleend ter grootte van 11,3% van 80% van de voor hem geldende berekeningsbasis, met een maximum van f 431, vermenigvuldigd met de deeltijdfactor.
3. De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen als bedoeld in artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet.
4. De eenmalige uitkering wordt niet gerekend tot de inkomsten, bedoeld in artikel 2, noch tot de tegemoetkoming in ziektekosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel.