BWBR0007214
Geldig vanaf 2000-05-10
Artikel 4
Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen
1. Aan de artikelen 5, 6en 7behoeft niet te zijn voldaan voor zover het betreft stoffen, die kunnen worden aangemerkt als stoffen met een geringe schadelijkheid voor de kwaliteit van bodem, daaronder begrepen grondwater, water of lucht.
2. Aan de artikelen 5, 6en 7behoeft niet te zijn voldaan voor zover het betreft een omzettingsprodukt van een gewasbeschermingsmiddel, dat niet ontstaat in een hoeveelheid die op enig tijdstip 10% of meer bedraagt van de gebruikte hoeveelheid van het middel, tenzij:
a. dat omzettingsprodukt kan uitspoelen in een concentratie, gelijk aan of groter dan 0,1 microgram per liter in de bovenste meter van het grondwater, voor zover het betreft artikel 6, of
b. de werkzame stof en zijn omzettingsprodukten ontstaan in een concentratie welke onaanvaardbare directe of indirecte effecten heeft voor waterorganismen en organismen die afhankelijk zijn van waterecosystemen, voor zover het betreft artikel 7.
3. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt bepaald of aan het eerste en tweede lid is voldaan.
2. Aan de artikelen 5, 6en 7behoeft niet te zijn voldaan voor zover het betreft een omzettingsprodukt van een gewasbeschermingsmiddel, dat niet ontstaat in een hoeveelheid die op enig tijdstip 10% of meer bedraagt van de gebruikte hoeveelheid van het middel, tenzij:
a. dat omzettingsprodukt kan uitspoelen in een concentratie, gelijk aan of groter dan 0,1 microgram per liter in de bovenste meter van het grondwater, voor zover het betreft artikel 6, of
b. de werkzame stof en zijn omzettingsprodukten ontstaan in een concentratie welke onaanvaardbare directe of indirecte effecten heeft voor waterorganismen en organismen die afhankelijk zijn van waterecosystemen, voor zover het betreft artikel 7.
3. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt bepaald of aan het eerste en tweede lid is voldaan.