BWBR0007020
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 8
Besluit rijonderricht motorrijtuigen
1. Voor de afgifte van een certificaat in verband met het verstrijken van de geldigheidsduur van een eerder aan de aanvrager afgegeven certificaat, moet door de aanvrager worden voldaan aan de volgende eisen inzake het behoud van bekwaamheid als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet:
A. Kennis van verkeer en verkeerswetgeving: 1. kennis van en inzicht in de achtergrond van de voorschriften van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Reglement rijbewijzen, alsmede globale kennis van de Regeling voertuigen;
2. inzicht in het oplossen van verkeersopgaven in relatie tot onderdeel 1;
3. kennis van en inzicht in ontwikkelingen op het gebied van de verkeersveiligheid alsmede op het gebied van de mobiliteit en verkeersdoorstroming;
4. kennis van en inzicht in ontwikkelingen inzake de invloed van het gemotoriseerd verkeer op het milieu;
1. kennis van en inzicht in de achtergrond van de voorschriften van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Reglement rijbewijzen, alsmede globale kennis van de Regeling voertuigen;
2. inzicht in het oplossen van verkeersopgaven in relatie tot onderdeel 1;
3. kennis van en inzicht in ontwikkelingen op het gebied van de verkeersveiligheid alsmede op het gebied van de mobiliteit en verkeersdoorstroming;
4. kennis van en inzicht in ontwikkelingen inzake de invloed van het gemotoriseerd verkeer op het milieu;
B. Onderwijsdeskundigheid: 5. kennis en beheersing van algemene instructie- en begeleidingsprincipes;
6. kennis van en inzicht in voor de rijopleiding relevante verschillen tussen leerlingen, alsmede de wijze waarop de opleiding daaraan moet worden aangepast;
7. kennis en inzicht inzake de beoordeling van de vaardigheid van leerlingen;
8. kennis van onderwijskundige hulpmiddelen en inzicht in de juiste toepassing daarvan.
5. kennis en beheersing van algemene instructie- en begeleidingsprincipes;
6. kennis van en inzicht in voor de rijopleiding relevante verschillen tussen leerlingen, alsmede de wijze waarop de opleiding daaraan moet worden aangepast;
7. kennis en inzicht inzake de beoordeling van de vaardigheid van leerlingen;
8. kennis van onderwijskundige hulpmiddelen en inzicht in de juiste toepassing daarvan.
2. Indien een afgifte bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot voertuigen van de rijbewijscategorieën C, D, E bij C of E bij D, beschikt de aanvrager over een ingevolge hoofdstuk VIIA van de Wegenverkeerswet 1994voor deze rijbewijscategorieën vereist geldig getuigschrift.
A. Kennis van verkeer en verkeerswetgeving: 1. kennis van en inzicht in de achtergrond van de voorschriften van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Reglement rijbewijzen, alsmede globale kennis van de Regeling voertuigen;
2. inzicht in het oplossen van verkeersopgaven in relatie tot onderdeel 1;
3. kennis van en inzicht in ontwikkelingen op het gebied van de verkeersveiligheid alsmede op het gebied van de mobiliteit en verkeersdoorstroming;
4. kennis van en inzicht in ontwikkelingen inzake de invloed van het gemotoriseerd verkeer op het milieu;
1. kennis van en inzicht in de achtergrond van de voorschriften van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Reglement rijbewijzen, alsmede globale kennis van de Regeling voertuigen;
2. inzicht in het oplossen van verkeersopgaven in relatie tot onderdeel 1;
3. kennis van en inzicht in ontwikkelingen op het gebied van de verkeersveiligheid alsmede op het gebied van de mobiliteit en verkeersdoorstroming;
4. kennis van en inzicht in ontwikkelingen inzake de invloed van het gemotoriseerd verkeer op het milieu;
B. Onderwijsdeskundigheid: 5. kennis en beheersing van algemene instructie- en begeleidingsprincipes;
6. kennis van en inzicht in voor de rijopleiding relevante verschillen tussen leerlingen, alsmede de wijze waarop de opleiding daaraan moet worden aangepast;
7. kennis en inzicht inzake de beoordeling van de vaardigheid van leerlingen;
8. kennis van onderwijskundige hulpmiddelen en inzicht in de juiste toepassing daarvan.
5. kennis en beheersing van algemene instructie- en begeleidingsprincipes;
6. kennis van en inzicht in voor de rijopleiding relevante verschillen tussen leerlingen, alsmede de wijze waarop de opleiding daaraan moet worden aangepast;
7. kennis en inzicht inzake de beoordeling van de vaardigheid van leerlingen;
8. kennis van onderwijskundige hulpmiddelen en inzicht in de juiste toepassing daarvan.
2. Indien een afgifte bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot voertuigen van de rijbewijscategorieën C, D, E bij C of E bij D, beschikt de aanvrager over een ingevolge hoofdstuk VIIA van de Wegenverkeerswet 1994voor deze rijbewijscategorieën vereist geldig getuigschrift.