BWBR0007020
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 5
Besluit rijonderricht motorrijtuigen
1. Artikel 7 van de wetis niet van toepassing op degene die in verband met het verkrijgen van de bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, in het bezit is van een door het instituut afgegeven ontheffing.
2. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld omtrent de personen die in aanmerking komen voor een ontheffing, alsmede omtrent de aanvraag van een ontheffing.
3. Een ontheffing is geldig gedurende 6 maanden, gerekend vanaf de dag van afgifte, en wordt slechts eenmaal verstrekt. De geldigheidsduur van een ontheffing ten behoeve van de opleiding tot politierijinstructeur wordt bij elke ontheffing afzonderlijk vastgesteld en bedraagt ten hoogste 12 maanden.
4. Een ontheffing is slechts geldig voor het geven van rijonderricht in de op het bewijs van ontheffing vermelde categorie of categorieën van motorrijtuigen.
5. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent deze voorschriften.
6. De ontheffing kan door het instituut worden ingetrokken indien de voorschriften niet worden nageleefd.
7. Het ontheffingsbewijs dient te voldoen aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering en dient behoorlijk leesbaar te zijn.
8. Artikel 12 van de wetis van overeenkomstige toepassing.
9. Van de afgifte en de intrekking van een ontheffing wordt door het instituut aantekening gemaakt in het in artikel 4 van de wetbedoelde register.
2. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld omtrent de personen die in aanmerking komen voor een ontheffing, alsmede omtrent de aanvraag van een ontheffing.
3. Een ontheffing is geldig gedurende 6 maanden, gerekend vanaf de dag van afgifte, en wordt slechts eenmaal verstrekt. De geldigheidsduur van een ontheffing ten behoeve van de opleiding tot politierijinstructeur wordt bij elke ontheffing afzonderlijk vastgesteld en bedraagt ten hoogste 12 maanden.
4. Een ontheffing is slechts geldig voor het geven van rijonderricht in de op het bewijs van ontheffing vermelde categorie of categorieën van motorrijtuigen.
5. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent deze voorschriften.
6. De ontheffing kan door het instituut worden ingetrokken indien de voorschriften niet worden nageleefd.
7. Het ontheffingsbewijs dient te voldoen aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering en dient behoorlijk leesbaar te zijn.
8. Artikel 12 van de wetis van overeenkomstige toepassing.
9. Van de afgifte en de intrekking van een ontheffing wordt door het instituut aantekening gemaakt in het in artikel 4 van de wetbedoelde register.