BWBR0007013
Geldig vanaf 1994-12-07
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
1. Een aanvraag tot verlenging of wijziging van een akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid wordt uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur ingediend.
2. Onze Minister kan de akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid ambtshalve wijzigen of vervangen.
3. Indien Onze Minister bij beschikking de akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing of de aanvullende opsporingsbevoegdheid verlengt, wijzigt of vervangt, past hij de akten van beëdiging van de betrokken buitengewoon opsporingsambtenaren zo spoedig mogelijk aan. Tot het tijdstip waarop de aanpassing heeft plaatsgevonden, wordt de akte van beëdiging geacht te zijn gebaseerd op de nieuwe beschikking.
2. Onze Minister kan de akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid ambtshalve wijzigen of vervangen.
3. Indien Onze Minister bij beschikking de akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing of de aanvullende opsporingsbevoegdheid verlengt, wijzigt of vervangt, past hij de akten van beëdiging van de betrokken buitengewoon opsporingsambtenaren zo spoedig mogelijk aan. Tot het tijdstip waarop de aanpassing heeft plaatsgevonden, wordt de akte van beëdiging geacht te zijn gebaseerd op de nieuwe beschikking.