BWBR0007013
Geldig vanaf 1994-12-07
Artikel 36
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
1. Bij de verlening van een titel van opsporingsbevoegdheid of bij de beëdiging wijst Onze Minister een toezichthouder en een direct toezichthouder aan.
2. Als toezichthouder wordt een hoofdofficier van justitie aangewezen.
3. Als direct toezichthouder wordt aangewezen:
a. indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, is gelegen binnen het gebied waarin een regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
b. indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, groter is dan het gebied waarin een regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: de korpschef, of het hoofd van een onder de centrale overheid ressorterende landelijke dienst;
c. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is bij de krijgsmacht: de commandant van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Politiewet 2012.
2. Als toezichthouder wordt een hoofdofficier van justitie aangewezen.
3. Als direct toezichthouder wordt aangewezen:
a. indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, is gelegen binnen het gebied waarin een regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
b. indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, groter is dan het gebied waarin een regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: de korpschef, of het hoofd van een onder de centrale overheid ressorterende landelijke dienst;
c. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is bij de krijgsmacht: de commandant van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Politiewet 2012.