BWBR0007013
Geldig vanaf 1994-12-07
Artikel 31
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat hij blijft beschikken over de bekwaamheid en de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden. Hij werkt mee aan de regelmatige toetsing van de bekwaamheid en volgt in door Onze Minister te bepalen gevallen een bijscholingsprogramma waarmee deze heeft ingestemd.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar woont de door de direct toezichthouder aangewezen bijeenkomsten bij, waarin onderricht wordt gegeven in zaken welke verband houden met de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.
3. Indien de uitoefening van politiebevoegdheden mede het gebruik van bepaalde geweldmiddelen omvat, oefent de buitengewoon opsporingsambtenaar met die middelen.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar woont de door de direct toezichthouder aangewezen bijeenkomsten bij, waarin onderricht wordt gegeven in zaken welke verband houden met de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.
3. Indien de uitoefening van politiebevoegdheden mede het gebruik van bepaalde geweldmiddelen omvat, oefent de buitengewoon opsporingsambtenaar met die middelen.