BWBR0006933
Geldig vanaf 2007-04-01
Artikel 68d
Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
1. De bijzondere derde, genoemd in artikel 99, vierde lid, van de wetis slechts bijzondere derde, voor zover de behoefte van de derde aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de verwerking van persoonsgegevens betreffende overleden personen.
2. Onze Minister maakt ten aanzien van de bijzondere derde, bedoeld in het eerste lid, slechts gebruik van de in artikel 68abedoelde bevoegdheid indien:
a. de bijzondere derde ten aanzien van de verwerking, bedoeld in het eerste lid, een regeling heeft getroffen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
b. de verwerking van de uit de basisadministratie verkregen gegevens van een in leven zijnde persoon op schriftelijk verzoek onverwijld door de bijzondere derde wordt beëindigd; en
c. in de regeling, bedoeld in onderdeel a, de in onderdeel b genoemde voorwaarde is vastgelegd.
2. Onze Minister maakt ten aanzien van de bijzondere derde, bedoeld in het eerste lid, slechts gebruik van de in artikel 68abedoelde bevoegdheid indien:
a. de bijzondere derde ten aanzien van de verwerking, bedoeld in het eerste lid, een regeling heeft getroffen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
b. de verwerking van de uit de basisadministratie verkregen gegevens van een in leven zijnde persoon op schriftelijk verzoek onverwijld door de bijzondere derde wordt beëindigd; en
c. in de regeling, bedoeld in onderdeel a, de in onderdeel b genoemde voorwaarde is vastgelegd.