BWBR0006933
Geldig vanaf 2007-04-01
Artikel 68i
Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
1. Over de verstrekking van gegevens uit de basisadministratie aan de onder a en b bedoelde afnemers wordt geen informatie verstrekt aan een andere afnemer, een derde of de ingeschrevene, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten en het een verstrekking van gegevens betreft aan:
a. de politie voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012;
b. de Koninklijke marechaussee voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid, van de Politiewet 2012 bedoelde taken.
2. De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie draagt zorg dat over verstrekkingen als bedoeld in het eerste lid geen aantekening wordt gehouden.
3. De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie draagt er zorg voor dat van degenen, die zijn belast met de verwerking van de in het eerste lid bedoelde gegevens in zijn basisadministratie, uitsluitend die personen kennis kunnen nemen van de desbetreffende gegevens, die daartoe uitdrukkelijk zijn geautoriseerd en voor zover die kennisneming noodzakelijk is voor:
a. de uitoefening van een recht van de burger als bedoeld in de artikelen 78 en 79 van de wet,
b. het verrichten van werkzaamheden in het kader van het technische beheer van de basisadministratie, of
c. de uitvoering van andere taken die zijn of worden vastgesteld bij een ministeriële regeling, over het ontwerp waarvan het College bescherming persoonsgegevens is gehoord.
a. de politie voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012;
b. de Koninklijke marechaussee voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid, van de Politiewet 2012 bedoelde taken.
2. De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie draagt zorg dat over verstrekkingen als bedoeld in het eerste lid geen aantekening wordt gehouden.
3. De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie draagt er zorg voor dat van degenen, die zijn belast met de verwerking van de in het eerste lid bedoelde gegevens in zijn basisadministratie, uitsluitend die personen kennis kunnen nemen van de desbetreffende gegevens, die daartoe uitdrukkelijk zijn geautoriseerd en voor zover die kennisneming noodzakelijk is voor:
a. de uitoefening van een recht van de burger als bedoeld in de artikelen 78 en 79 van de wet,
b. het verrichten van werkzaamheden in het kader van het technische beheer van de basisadministratie, of
c. de uitvoering van andere taken die zijn of worden vastgesteld bij een ministeriële regeling, over het ontwerp waarvan het College bescherming persoonsgegevens is gehoord.