BWBR0006914
Geldig vanaf 2016-12-14
Artikel 4a
Reisregeling buitenland
1. De vervoersbewijzen en boekingen voor overnachtingen voor dienstreizen worden door de betrokkene zo vroeg mogelijk aangevraagd dan wel met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag door hem zelf aangeschaft respectievelijk gedaan, maar uiterlijk 21 kalenderdagen voor vertrek. Indien dit niet mogelijk is, verklaart de betrokkene schriftelijk en gemotiveerd aan het bevoegd gezag welke redenen daaraan ten grondslag liggen.
2. Vervoersbewijzen worden voor reizen op een tevoren vastgelegde reisdatum verstrekt of vergoed. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan het bevoegd gezag uit eigen beweging of indien betrokkene daar tijdig schriftelijk en gemotiveerd om verzoekt, toestaan dat een vervoersbewijs zonder vastgelegde reisdatum wordt verstrekt of vergoed.
3. Het bevoegd gezag kan aan de betrokkene een aanwijzing geven met betrekking tot de keuze voor de faciliteit of faciliteiten waarvan voor overnachtingen gebruik wordt gemaakt.
2. Vervoersbewijzen worden voor reizen op een tevoren vastgelegde reisdatum verstrekt of vergoed. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan het bevoegd gezag uit eigen beweging of indien betrokkene daar tijdig schriftelijk en gemotiveerd om verzoekt, toestaan dat een vervoersbewijs zonder vastgelegde reisdatum wordt verstrekt of vergoed.
3. Het bevoegd gezag kan aan de betrokkene een aanwijzing geven met betrekking tot de keuze voor de faciliteit of faciliteiten waarvan voor overnachtingen gebruik wordt gemaakt.