BWBR0006914
Geldig vanaf 2016-12-14
Artikel 1b
Reisregeling buitenland
1. Een dienstreis waarvan, gemeten van station van vertrek naar station van aankomst, de afstand meer dan 500 kilometer bedraagt of de reistijd per trein meer dan zes uur bedraagt wordt per vliegtuig afgelegd. Een dienstreis met een kleinere afstand of kortere reistijd waarbij het reizen per trein zo ondoelmatig is dat het bevoegd gezag dit onredelijk bezwarend acht, wordt per vliegtuig afgelegd indien dat wel doelmatig is.
2. Het bevoegd gezag verstrekt aan betrokkene een vervoersbewijs. Met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag mag betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden de werkelijk gemaakte kosten, ten hoogste tot het bedrag voor een vervoersbewijs in de klasse, waartoe betrokkene gerechtigd is te reizen, aan hem vergoed.
3. Indien de totale vliegtijd van een vlucht minder dan 6 uur bedraagt of indien het een scholingsreis betreft, is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening in de economy klasse of een vergelijkbare klasse te reizen.
4. Indien de totale vliegtijd van een vlucht 6 uur of meer bedraagt, is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening in de business klasse of een vergelijkbare klasse te reizen indien voor de dienstreis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is.
5. Indien de dienstreis meer dan één vlucht omvat, en de totale vliegtijd van de langste vlucht 6 uur of meer bedraagt, is betrokkene gerechtigd om alle vluchten van de dienstreis voor rijksrekening in de business klasse of vergelijkbare klasse te reizen, voor zover vervoersbewijzen in die klasse beschikbaar zijn.
6. Aan de betrokkene wordt, onverminderd het derde en vierde lid, een vervoersbewijs verstrekt of vergoed voor een rechtstreekse vlucht indien dat voor de dienstreis beschikbaar is. Indien de vliegtijd van een rechtstreekse vlucht meer dan zes uur bedraagt, kan het bevoegd gezag, onverminderd het derde tot en met vijfde lid, hiervan afwijken indien de kosten van de niet-rechtstreekse vlucht minimaal € 350,– lager zijn dan die van de rechtstreekse vlucht en de reistijd ten opzichte van de rechtstreekse vlucht met ten hoogste vier uur toeneemt.
7. Het bevoegd gezag kan de betrokkene die in de economy klasse of een vergelijkbare klasse vliegt uit eigen beweging of indien de betrokkene daar gemotiveerd om verzoekt, toestaan kosten te declareren voor het gebruik van een business lounge op een vliegveld indien bijzondere redenen daartoe aanleiding geven.
2. Het bevoegd gezag verstrekt aan betrokkene een vervoersbewijs. Met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag mag betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden de werkelijk gemaakte kosten, ten hoogste tot het bedrag voor een vervoersbewijs in de klasse, waartoe betrokkene gerechtigd is te reizen, aan hem vergoed.
3. Indien de totale vliegtijd van een vlucht minder dan 6 uur bedraagt of indien het een scholingsreis betreft, is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening in de economy klasse of een vergelijkbare klasse te reizen.
4. Indien de totale vliegtijd van een vlucht 6 uur of meer bedraagt, is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening in de business klasse of een vergelijkbare klasse te reizen indien voor de dienstreis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is.
5. Indien de dienstreis meer dan één vlucht omvat, en de totale vliegtijd van de langste vlucht 6 uur of meer bedraagt, is betrokkene gerechtigd om alle vluchten van de dienstreis voor rijksrekening in de business klasse of vergelijkbare klasse te reizen, voor zover vervoersbewijzen in die klasse beschikbaar zijn.
6. Aan de betrokkene wordt, onverminderd het derde en vierde lid, een vervoersbewijs verstrekt of vergoed voor een rechtstreekse vlucht indien dat voor de dienstreis beschikbaar is. Indien de vliegtijd van een rechtstreekse vlucht meer dan zes uur bedraagt, kan het bevoegd gezag, onverminderd het derde tot en met vijfde lid, hiervan afwijken indien de kosten van de niet-rechtstreekse vlucht minimaal € 350,– lager zijn dan die van de rechtstreekse vlucht en de reistijd ten opzichte van de rechtstreekse vlucht met ten hoogste vier uur toeneemt.
7. Het bevoegd gezag kan de betrokkene die in de economy klasse of een vergelijkbare klasse vliegt uit eigen beweging of indien de betrokkene daar gemotiveerd om verzoekt, toestaan kosten te declareren voor het gebruik van een business lounge op een vliegveld indien bijzondere redenen daartoe aanleiding geven.