BWBR0006914
Geldig vanaf 2016-12-14
Artikel 4
Reisregeling buitenland
1. Indien de betrokkene een dienstreis maakt van langer dan zestig dagen vanwege het tijdelijk verrichten van werkzaamheden in of vanuit één bepaalde plaats buiten het Europees deel van Nederland bestaat de vergoeding voor verblijfkosten die verband houden met de tijdelijke vestiging in of in de omgeving van die plaats in ieder geval met ingang van de eenenzestigste dag, of zoveel eerder als daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding is, uit:
a. de helft van de in artikel 3, tweede lid, onder a, c, d en e bedoelde vergoedingen voor gemaakte kosten voor respectievelijk kleine uitgaven, ontbijt, lunch en diner;
b. een vergoeding van de werkelijk gemaakte huisvestingskosten tot ten hoogste het in artikel 3, tweede lid, onder b bedoelde logiescomponent.
2. Een bezoekreis als bedoeld in artikel 9 van het besluitonderbreekt de dienstreis niet.
a. de helft van de in artikel 3, tweede lid, onder a, c, d en e bedoelde vergoedingen voor gemaakte kosten voor respectievelijk kleine uitgaven, ontbijt, lunch en diner;
b. een vergoeding van de werkelijk gemaakte huisvestingskosten tot ten hoogste het in artikel 3, tweede lid, onder b bedoelde logiescomponent.
2. Een bezoekreis als bedoeld in artikel 9 van het besluitonderbreekt de dienstreis niet.