BWBR0006792
Geldig vanaf 1994-07-18
Artikel 5
Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen
1. Deze paragraaf is van toepassing op een stof die:
a. op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de wet, naar één of meer van de krachtens artikel 4 omschreven eigenschappen: 1º. moet worden ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdelen a tot en met n, van de wet, of
2º. aanleiding geeft voor zorg, of
1º. moet worden ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdelen a tot en met n, van de wet, of
2º. aanleiding geeft voor zorg, of
b. ten aanzien van haar niet onderzochte eigenschappen aanleiding geeft voor zorg.
2. Een stof geeft in ieder geval aanleiding voor zorg als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder ten tweede, indien de in-vitro-mutageniteitsproeven een positief resultaat hebben gehad.
3. Een stof geeft in ieder geval aanleiding voor zorg als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de kans op blootstelling aan de stof groot is, of uit het verband tussen de chemische structuur en de daarbij horende activiteit van de stof aanwijzingen zijn af te leiden voor de aanwezigheid van een toxische eigenschap.
a. op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de wet, naar één of meer van de krachtens artikel 4 omschreven eigenschappen: 1º. moet worden ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdelen a tot en met n, van de wet, of
2º. aanleiding geeft voor zorg, of
1º. moet worden ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdelen a tot en met n, van de wet, of
2º. aanleiding geeft voor zorg, of
b. ten aanzien van haar niet onderzochte eigenschappen aanleiding geeft voor zorg.
2. Een stof geeft in ieder geval aanleiding voor zorg als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder ten tweede, indien de in-vitro-mutageniteitsproeven een positief resultaat hebben gehad.
3. Een stof geeft in ieder geval aanleiding voor zorg als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de kans op blootstelling aan de stof groot is, of uit het verband tussen de chemische structuur en de daarbij horende activiteit van de stof aanwijzingen zijn af te leiden voor de aanwezigheid van een toxische eigenschap.