BWBR0006792
Geldig vanaf 1994-07-18
Artikel 11
Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen
1. Deze paragraaf is van toepassing op een stof die:
a. op grond van de gegevens die zijn overgelegd bij een handelskennisgeving wordt ingedeeld in de categorie milieugevaarlijk, of
b. een eigenschap heeft, waardoor de stof ongewenste effecten op het milieu kan hebben.
2. Bij de vaststelling of een stof een effect heeft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt rekening gehouden met:
a. indien de handelskennisgeving betrekking heeft op ten minste 1000 kilogram van de stof: 1º. het vermogen van de stof tot bioaccumulatie;
2º. het bij de ecotoxische proeven waargenomen verloop van de toxiciteit van de stof in de tijd;
3º. de indeling van de stof als mutageen, vergiftig of zeer vergiftig;
4º. de indeling van de stof als schadelijk, terwijl aan die stof de waarschuwingszin R40 of R48 is toegekend;
5º. op onderzoek naar de toxische eigenschappen van de stof gebaseerde aanwijzingen van voor het milieu ongewenste effecten die de stof kan hebben en
6º. gegevens over de eigenschappen van stoffen met een vergelijkbare chemische structuur;
1º. het vermogen van de stof tot bioaccumulatie;
2º. het bij de ecotoxische proeven waargenomen verloop van de toxiciteit van de stof in de tijd;
3º. de indeling van de stof als mutageen, vergiftig of zeer vergiftig;
4º. de indeling van de stof als schadelijk, terwijl aan die stof de waarschuwingszin R40 of R48 is toegekend;
5º. op onderzoek naar de toxische eigenschappen van de stof gebaseerde aanwijzingen van voor het milieu ongewenste effecten die de stof kan hebben en
6º. gegevens over de eigenschappen van stoffen met een vergelijkbare chemische structuur;
b. gegevens over de fysisch-chemische en toxische eigenschappen van de stof, indien de handelskennisgeving betrekking heeft op minder dan 1000 kilogram van de stof.
a. op grond van de gegevens die zijn overgelegd bij een handelskennisgeving wordt ingedeeld in de categorie milieugevaarlijk, of
b. een eigenschap heeft, waardoor de stof ongewenste effecten op het milieu kan hebben.
2. Bij de vaststelling of een stof een effect heeft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt rekening gehouden met:
a. indien de handelskennisgeving betrekking heeft op ten minste 1000 kilogram van de stof: 1º. het vermogen van de stof tot bioaccumulatie;
2º. het bij de ecotoxische proeven waargenomen verloop van de toxiciteit van de stof in de tijd;
3º. de indeling van de stof als mutageen, vergiftig of zeer vergiftig;
4º. de indeling van de stof als schadelijk, terwijl aan die stof de waarschuwingszin R40 of R48 is toegekend;
5º. op onderzoek naar de toxische eigenschappen van de stof gebaseerde aanwijzingen van voor het milieu ongewenste effecten die de stof kan hebben en
6º. gegevens over de eigenschappen van stoffen met een vergelijkbare chemische structuur;
1º. het vermogen van de stof tot bioaccumulatie;
2º. het bij de ecotoxische proeven waargenomen verloop van de toxiciteit van de stof in de tijd;
3º. de indeling van de stof als mutageen, vergiftig of zeer vergiftig;
4º. de indeling van de stof als schadelijk, terwijl aan die stof de waarschuwingszin R40 of R48 is toegekend;
5º. op onderzoek naar de toxische eigenschappen van de stof gebaseerde aanwijzingen van voor het milieu ongewenste effecten die de stof kan hebben en
6º. gegevens over de eigenschappen van stoffen met een vergelijkbare chemische structuur;
b. gegevens over de fysisch-chemische en toxische eigenschappen van de stof, indien de handelskennisgeving betrekking heeft op minder dan 1000 kilogram van de stof.