BWBR0006792
Geldig vanaf 1994-07-18
Artikel 4:
Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen
1.1 Indien de karakterisering van de risico's van een stof integraal betrekking heeft op meerdere toxische eigenschappen of meerdere groepen van personen, wordt voor iedere in beschouwing te nemen eigenschap of iedere groep overeenkomstig dit onderdeel een in artikel 16vermelde conclusie getrokken.
2.1 Met betrekking tot een stof die op grond van de overgelegde gegevens niet behoeft te worden ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdelen f tot en met n van de wet, wordt conclusie I getrokken.
2.2 In afwijking van punt 2.1 wordt een andere conclusie getrokken, indien de stof aanleiding voor zorg geeft. Artikel 5, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2.3 Met betrekking tot een stof die op grond van de overgelegde gegevens moet worden ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel f tot en met n, van de wet, wordt de deelconclusie getrokken aan de hand van de berekening, bedoeld in deel B, onderdeel 3, punt 2.1, dan wel een schatting als bedoeld in deel B, onderdeel 3, punten 2.2 en 2.3.
3.1 Bij het trekken van een deelconclusie wordt rekening gehouden met:
a. de onzekerheid die het gevolg is van de spreiding van de onderzoeksresultaten, de verschillen binnen een proefdiersoort en de verschillen tussen soorten organismen onderling;
b. de aard en ernst van het ongewenste effect voor de mens;
c. de aard van de groep van personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, die specifiek aan een stof worden of kunnen worden blootgesteld.
2.1 Met betrekking tot een stof die op grond van de overgelegde gegevens niet behoeft te worden ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdelen f tot en met n van de wet, wordt conclusie I getrokken.
2.2 In afwijking van punt 2.1 wordt een andere conclusie getrokken, indien de stof aanleiding voor zorg geeft. Artikel 5, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2.3 Met betrekking tot een stof die op grond van de overgelegde gegevens moet worden ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel f tot en met n, van de wet, wordt de deelconclusie getrokken aan de hand van de berekening, bedoeld in deel B, onderdeel 3, punt 2.1, dan wel een schatting als bedoeld in deel B, onderdeel 3, punten 2.2 en 2.3.
3.1 Bij het trekken van een deelconclusie wordt rekening gehouden met:
a. de onzekerheid die het gevolg is van de spreiding van de onderzoeksresultaten, de verschillen binnen een proefdiersoort en de verschillen tussen soorten organismen onderling;
b. de aard en ernst van het ongewenste effect voor de mens;
c. de aard van de groep van personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, die specifiek aan een stof worden of kunnen worden blootgesteld.