BWBR0006706
Geldig vanaf 2003-05-20
Artikel 57
Regeling inhoud kennisgevingen en meldingen Wet Milieugevaarlijke stoffen
1. De gegevens die betrekking hebben op de acute toxiciteit, die ingevolge artikel 11, zesde lid, van het besluit, bij een melding als bedoeld in het derde lid van dat artikelworden overgelegd, worden verkregen op de volgende wijze:
a. in geval van een gas: door middel van toediening via inademing;
b. in geval van een vluchtige vloeistof: door middel van toediening door de mond en via inademing en
c. in de overige gevallen: door middel van toediening door de mond en langs ten minste één van de volgende wegen: op de huid of via inademing.
2. Het onderzoek dat voor het verkrijgen van de in het vorige lid bedoelde gegevens wordt verricht, kan in plaats van volgens de in bijlage V bij de richtlijn opgenomen methoden slechts worden uitgevoerd op een van de volgende wijzen:
a. volgens de limietmethode vastgesteld in bijlage V (B1, B2 of B3) van de richtlijn, doch uitgevoerd met één doseringsniveau van 200 milligram per kilogram (oraal), 400 milligram per kilogram (dermaal) of 2 milligram per liter (inhalatoir gedurende 4 uur);
b. volgens een verkorte LD50/LC50-procedure, gelijk aan de limietmethode, doch uitgevoerd met slechts twee mannelijke en twee vrouwelijke proefdieren;
c. volgens de Up-and-Down-methode beschreven door R.D. Bruce en gepubliceerd in ‘Fundamental Applied Toxicology’ nr. 5 (1985), bladzijden 151–157, en nr. 8 (1987), bladzijden 97–100.
a. in geval van een gas: door middel van toediening via inademing;
b. in geval van een vluchtige vloeistof: door middel van toediening door de mond en via inademing en
c. in de overige gevallen: door middel van toediening door de mond en langs ten minste één van de volgende wegen: op de huid of via inademing.
2. Het onderzoek dat voor het verkrijgen van de in het vorige lid bedoelde gegevens wordt verricht, kan in plaats van volgens de in bijlage V bij de richtlijn opgenomen methoden slechts worden uitgevoerd op een van de volgende wijzen:
a. volgens de limietmethode vastgesteld in bijlage V (B1, B2 of B3) van de richtlijn, doch uitgevoerd met één doseringsniveau van 200 milligram per kilogram (oraal), 400 milligram per kilogram (dermaal) of 2 milligram per liter (inhalatoir gedurende 4 uur);
b. volgens een verkorte LD50/LC50-procedure, gelijk aan de limietmethode, doch uitgevoerd met slechts twee mannelijke en twee vrouwelijke proefdieren;
c. volgens de Up-and-Down-methode beschreven door R.D. Bruce en gepubliceerd in ‘Fundamental Applied Toxicology’ nr. 5 (1985), bladzijden 151–157, en nr. 8 (1987), bladzijden 97–100.