BWBR0006706
Geldig vanaf 2003-05-20
Artikel 25b
Regeling inhoud kennisgevingen en meldingen Wet Milieugevaarlijke stoffen
1. Met betrekking tot het tussenproduct met een beperkte blootstelling worden bij de handelskennisgeving, bedoeld in artikel 25a, de volgende gegevens overgelegd:
a. de identiteit van degene die de kennisgeving doet, en van de fabrikant en de gebruikers van de tussenproducten met een beperkte blootstelling;
b. een schriftelijke verklaring van degene die de kennisgeving doet en van iedere andere gebruiker, waaruit blijkt, dat de voorwaarden vermeld in bijlage VII.A, punt 7.3, van de richtlijn geaccepteerd zijn;
c. een beschrijving van de technische maatregelen waardoor een strikte inperking van de stof wordt verwezenlijkt, waartoe in ieder geval behoren de procedures voor: 1° belading;
2° monsterneming;
3° vervoer en
4° reiniging.
1° belading;
2° monsterneming;
3° vervoer en
4° reiniging.
d. de gedetailleerde gegevens bedoeld in punt 7.4, onder c, van bijlage VIIA van de richtlijn en in de bijlage bij deze regeling, waarbij afwijkingen van de criteria bedoeld in de bijlage bij deze regeling volledig en gemotiveerd worden beschreven;
e. een gedetailleerde beschrijving van de processen op alle locaties die bij productie en gebruik betrokken zijn, waarbij in ieder geval wordt vermeld: 1° of het productieafvalwater wordt geloosd;
2° of het verwerkingsafvalwater wordt geloosd;
3° of het vaste afval wordt verbrand;
4° of het vloeibare afval wordt verbrand en
5° hoe de reiniging en het onderhoud van alle apparatuur plaatsvindt.
1° of het productieafvalwater wordt geloosd;
2° of het verwerkingsafvalwater wordt geloosd;
3° of het vaste afval wordt verbrand;
4° of het vloeibare afval wordt verbrand en
5° hoe de reiniging en het onderhoud van alle apparatuur plaatsvindt.
2. Met betrekking tot de emissie wordt een gedetailleerde evaluatie van de mogelijke emissie overgelegd en de mogelijke blootstelling van mens en milieu tijdens de volledige levenscyclus van het tussenproduct met een beperkte blootstelling, met inbegrip van gedetailleerde informatie over de verschillende bij het proces betrokken chemische reacties en de manieren waarop resten worden verwerkt.
3. Wanneer de emissie, bedoeld in het tweede lid, tot blootstelling kan leiden worden de manieren waarop deze onder controle wordt gehouden, voldoende gedetailleerd beschreven.
4. Veranderingen die de blootstelling van mens en milieu aan het tussenproduct met een beperkte blootstelling kunnen beïnvloeden, worden vooraf schriftelijk gemeld aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Van dergelijke omstandigheden is in ieder geval sprake:
a. bij veranderingen in de functionele onderdelen van de installatie;
b. bij een nieuwe gebruiker, of
c. bij een nieuwe locatie.
a. de identiteit van degene die de kennisgeving doet, en van de fabrikant en de gebruikers van de tussenproducten met een beperkte blootstelling;
b. een schriftelijke verklaring van degene die de kennisgeving doet en van iedere andere gebruiker, waaruit blijkt, dat de voorwaarden vermeld in bijlage VII.A, punt 7.3, van de richtlijn geaccepteerd zijn;
c. een beschrijving van de technische maatregelen waardoor een strikte inperking van de stof wordt verwezenlijkt, waartoe in ieder geval behoren de procedures voor: 1° belading;
2° monsterneming;
3° vervoer en
4° reiniging.
1° belading;
2° monsterneming;
3° vervoer en
4° reiniging.
d. de gedetailleerde gegevens bedoeld in punt 7.4, onder c, van bijlage VIIA van de richtlijn en in de bijlage bij deze regeling, waarbij afwijkingen van de criteria bedoeld in de bijlage bij deze regeling volledig en gemotiveerd worden beschreven;
e. een gedetailleerde beschrijving van de processen op alle locaties die bij productie en gebruik betrokken zijn, waarbij in ieder geval wordt vermeld: 1° of het productieafvalwater wordt geloosd;
2° of het verwerkingsafvalwater wordt geloosd;
3° of het vaste afval wordt verbrand;
4° of het vloeibare afval wordt verbrand en
5° hoe de reiniging en het onderhoud van alle apparatuur plaatsvindt.
1° of het productieafvalwater wordt geloosd;
2° of het verwerkingsafvalwater wordt geloosd;
3° of het vaste afval wordt verbrand;
4° of het vloeibare afval wordt verbrand en
5° hoe de reiniging en het onderhoud van alle apparatuur plaatsvindt.
2. Met betrekking tot de emissie wordt een gedetailleerde evaluatie van de mogelijke emissie overgelegd en de mogelijke blootstelling van mens en milieu tijdens de volledige levenscyclus van het tussenproduct met een beperkte blootstelling, met inbegrip van gedetailleerde informatie over de verschillende bij het proces betrokken chemische reacties en de manieren waarop resten worden verwerkt.
3. Wanneer de emissie, bedoeld in het tweede lid, tot blootstelling kan leiden worden de manieren waarop deze onder controle wordt gehouden, voldoende gedetailleerd beschreven.
4. Veranderingen die de blootstelling van mens en milieu aan het tussenproduct met een beperkte blootstelling kunnen beïnvloeden, worden vooraf schriftelijk gemeld aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Van dergelijke omstandigheden is in ieder geval sprake:
a. bij veranderingen in de functionele onderdelen van de installatie;
b. bij een nieuwe gebruiker, of
c. bij een nieuwe locatie.