BWBR0006705
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 7
Welzijnswet 1994
1. Degene die subsidie ontvangt in de kosten van uitvoerend werk of steunfunctiewerk op het terrein van het welzijnsbeleid draagt er zorg voor dat dit werk van verantwoorde kwaliteit is. Onder uitvoerend werk of steunfunctiewerk van verantwoorde kwaliteit wordt verstaan werk dat in ieder geval doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verricht.
2. Ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval het in het eerste lid bedoelde werk op zodanige wijze georganiseerd, zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materieel voorzien, en zorggedragen voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot uitvoerend werk en steunfunctiewerk van verantwoorde kwaliteit.
3. Het uitvoeren van het tweede lid omvat mede de systematische bewaking van de kwaliteit van het desbetreffende werk, alsmede maatregelen en onderzoek naar beheersing en verbetering daarvan.
4. Aan een subsidie als bedoeld in het eerste lid kunnen door de subsidieverlener verplichtingen met betrekking tot de kwaliteit worden verbonden, tenzij de subsidie-ontvanger deelneemt aan een door middel van zelfregulering tot stand gekomen landelijk kwaliteitssysteem. Omtrent een landelijk kwaliteitssysteem als bedoeld in de eerste volzin dient overeenstemming te bestaan met vertegenwoordigende organisaties van de subsidiërende overheid dan wel met Onze Minister, indien de subsidie door hem wordt verstrekt.
2. Ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval het in het eerste lid bedoelde werk op zodanige wijze georganiseerd, zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materieel voorzien, en zorggedragen voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot uitvoerend werk en steunfunctiewerk van verantwoorde kwaliteit.
3. Het uitvoeren van het tweede lid omvat mede de systematische bewaking van de kwaliteit van het desbetreffende werk, alsmede maatregelen en onderzoek naar beheersing en verbetering daarvan.
4. Aan een subsidie als bedoeld in het eerste lid kunnen door de subsidieverlener verplichtingen met betrekking tot de kwaliteit worden verbonden, tenzij de subsidie-ontvanger deelneemt aan een door middel van zelfregulering tot stand gekomen landelijk kwaliteitssysteem. Omtrent een landelijk kwaliteitssysteem als bedoeld in de eerste volzin dient overeenstemming te bestaan met vertegenwoordigende organisaties van de subsidiërende overheid dan wel met Onze Minister, indien de subsidie door hem wordt verstrekt.