Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. welzijnsbeleid: de gezamenlijke inspanning van de overheden op maatschappelijk en sociaal-cultureel terrein, die tot doel heeft, in samenwerking met het particulier initiatief en andere betrokkenen: 1°. de ontplooiingsmogelijkheden van mensen te vergroten en hun zelfredzaamheid alsmede hun deelname aan de samenleving te stimuleren mede om te voorkomen dat mensen in een achterstandspositie geraken;
2°. de personen die in een achterstandspositie zijn geraakt mogelijkheden te bieden hun positie te verbeteren;
3°. het welbevinden van personen in de samenleving op andere wijze te bevorderen;
1°. de ontplooiingsmogelijkheden van mensen te vergroten en hun zelfredzaamheid alsmede hun deelname aan de samenleving te stimuleren mede om te voorkomen dat mensen in een achterstandspositie geraken;
2°. de personen die in een achterstandspositie zijn geraakt mogelijkheden te bieden hun positie te verbeteren;
3°. het welbevinden van personen in de samenleving op andere wijze te bevorderen;
c. uitvoerend werk: het geheel van maatschappelijke en sociaal-culturele activiteiten, rechtstreeks gericht op personen of groepen van personen in de samenleving;
d. steunfunctiewerk: het geheel van de activiteiten die het uitvoerend werk ondersteunen;
e. landelijke functie: 1°. het volgen, signaleren en analyseren van ontwikkelingen in de samenleving;
2°. het stimuleren van nieuw beleid, nieuwe voorzieningen en activiteiten;
3°. het zorgdragen voor innovatieve projecten met een landelijke betekenis;
4°. het zorgdragen voor internationale uitwisselingen van informatie;
5°. het zorgdragen voor een landelijke infrastructuur waaronder landelijke organisaties.
1°. het volgen, signaleren en analyseren van ontwikkelingen in de samenleving;
2°. het stimuleren van nieuw beleid, nieuwe voorzieningen en activiteiten;
3°. het zorgdragen voor innovatieve projecten met een landelijke betekenis;
4°. het zorgdragen voor internationale uitwisselingen van informatie;
5°. het zorgdragen voor een landelijke infrastructuur waaronder landelijke organisaties.
a. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. welzijnsbeleid: de gezamenlijke inspanning van de overheden op maatschappelijk en sociaal-cultureel terrein, die tot doel heeft, in samenwerking met het particulier initiatief en andere betrokkenen: 1°. de ontplooiingsmogelijkheden van mensen te vergroten en hun zelfredzaamheid alsmede hun deelname aan de samenleving te stimuleren mede om te voorkomen dat mensen in een achterstandspositie geraken;
2°. de personen die in een achterstandspositie zijn geraakt mogelijkheden te bieden hun positie te verbeteren;
3°. het welbevinden van personen in de samenleving op andere wijze te bevorderen;
1°. de ontplooiingsmogelijkheden van mensen te vergroten en hun zelfredzaamheid alsmede hun deelname aan de samenleving te stimuleren mede om te voorkomen dat mensen in een achterstandspositie geraken;
2°. de personen die in een achterstandspositie zijn geraakt mogelijkheden te bieden hun positie te verbeteren;
3°. het welbevinden van personen in de samenleving op andere wijze te bevorderen;
c. uitvoerend werk: het geheel van maatschappelijke en sociaal-culturele activiteiten, rechtstreeks gericht op personen of groepen van personen in de samenleving;
d. steunfunctiewerk: het geheel van de activiteiten die het uitvoerend werk ondersteunen;
e. landelijke functie: 1°. het volgen, signaleren en analyseren van ontwikkelingen in de samenleving;
2°. het stimuleren van nieuw beleid, nieuwe voorzieningen en activiteiten;
3°. het zorgdragen voor innovatieve projecten met een landelijke betekenis;
4°. het zorgdragen voor internationale uitwisselingen van informatie;
5°. het zorgdragen voor een landelijke infrastructuur waaronder landelijke organisaties.
1°. het volgen, signaleren en analyseren van ontwikkelingen in de samenleving;
2°. het stimuleren van nieuw beleid, nieuwe voorzieningen en activiteiten;
3°. het zorgdragen voor innovatieve projecten met een landelijke betekenis;
4°. het zorgdragen voor internationale uitwisselingen van informatie;
5°. het zorgdragen voor een landelijke infrastructuur waaronder landelijke organisaties.