BWBR0006705
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 3
Welzijnswet 1994
1. Onze Minister, de provinciale besturen en de gemeentebesturen bevorderen een goede samenwerking tussen de betrokken overheidsniveaus, het particulier initiatief op het terrein van het welzijnsbeleid en andere betrokkenen in alle gevallen waarin een goede samenwerking nodig is om de doelstellingen van het welzijnsbeleid op een doelmatige en doeltreffende wijze te realiseren.
2. Onze Minister, de provinciale besturen en de gemeentebesturen houden bij het voeren van welzijnsbeleid zoveel mogelijk rekening met de pluriformiteit van de samenleving en bevorderen daarbij, met inachtneming van waarborgen voor deugdelijkheid, doelmatigheid en democratisch functioneren, eigen initiatief en verantwoordelijkheid van de burgers.
3. Onze Minister, de provinciale besturen en de gemeentebesturen bevorderen dat het door hen gesubsidieerde particulier initiatief op het terrein van het welzijnsbeleid rekening houdt met de pluriformiteit van de samenleving.
2. Onze Minister, de provinciale besturen en de gemeentebesturen houden bij het voeren van welzijnsbeleid zoveel mogelijk rekening met de pluriformiteit van de samenleving en bevorderen daarbij, met inachtneming van waarborgen voor deugdelijkheid, doelmatigheid en democratisch functioneren, eigen initiatief en verantwoordelijkheid van de burgers.
3. Onze Minister, de provinciale besturen en de gemeentebesturen bevorderen dat het door hen gesubsidieerde particulier initiatief op het terrein van het welzijnsbeleid rekening houdt met de pluriformiteit van de samenleving.