BWBR0006646
Geldig vanaf 2005-08-31
Artikel 7
Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren
1. De deelname aan deze regeling eindigt van rechtswege indien de Minister aan de belanghebbende geen loon uit tegenwoordige taakstelling meer betaalt overeenkomstig de criteria die worden gehanteerd bij het arbeidskostenforfait van de loon- en inkomstenbelasting.
2. Bij beëindiging van de taakstelling, daaronder begrepen het overlijden van de rechterlijk ambtenaar, geeft de rechterlijk ambtenaar of geven zijn nagelaten betrekkingen aan de Minister op of de gespaarde bedragen, met behoud van de in artikel 6, tweede lid, genoemde opnamemogelijkheden, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in artikel 6, eerste lid, bedoelde termijn nog niet is verstreken, dan wel dat de gespaarde bedragen zullen worden opgenomen.
3. Het opnemen van gespaarde bedragen overeenkomstig het tweede lid geschiedt in overleg met de Minister, teneinde te bewerkstelligen dat overeenkomstig artikel 22 van de Uitvoeringsregeling kan worden overgegaan tot loonheffing krachtens de Wet alsmede tot inhouding van premies ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidsweten de Ziektewet, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt. Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij beëindiging van de taakstelling, daaronder begrepen het overlijden van de rechterlijk ambtenaar, geeft de rechterlijk ambtenaar of geven zijn nagelaten betrekkingen aan de Minister op of de gespaarde bedragen, met behoud van de in artikel 6, tweede lid, genoemde opnamemogelijkheden, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in artikel 6, eerste lid, bedoelde termijn nog niet is verstreken, dan wel dat de gespaarde bedragen zullen worden opgenomen.
3. Het opnemen van gespaarde bedragen overeenkomstig het tweede lid geschiedt in overleg met de Minister, teneinde te bewerkstelligen dat overeenkomstig artikel 22 van de Uitvoeringsregeling kan worden overgegaan tot loonheffing krachtens de Wet alsmede tot inhouding van premies ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidsweten de Ziektewet, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt. Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.