BWBR0006646
Geldig vanaf 2005-08-31
Artikel 2
Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren
1. De Minister onderscheidenlijk de functionele autoriteit, voorzover het een rechterlijk ambtenaar werkzaam bij een gerecht betreft, houdt op aanvraag van de rechterlijk ambtenaar op diens salaris maandelijks of eens per jaar een bedrag in dat wordt overgemaakt op een door de rechterlijk ambtenaar opgegeven spaarloonrekening danwel de rekening van de financiële instelling waarbij de rechterlijk ambtenaar een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, heeft afgesloten.
2. De in het eerste lid bedoelde bedragen zijn niet hoger dan het ingevolge artikel 32, juncto artikel 31, tweede lid, onderdeel f, van de Wet vastgestelde maximumspaarbedrag.
2. De in het eerste lid bedoelde bedragen zijn niet hoger dan het ingevolge artikel 32, juncto artikel 31, tweede lid, onderdeel f, van de Wet vastgestelde maximumspaarbedrag.