BWBR0006617
Geldig vanaf 1994-05-04
Artikel 11
Wet tot instelling van het Internationaal Tribunaal voor vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië 1991
1. Op verzoek van het Tribunaal kunnen door het Tribunaal bij onherroepelijke uitspraak opgelegde vrijheidsstraffen in Nederland worden tenuitvoergelegd.
2. Op verzoek van het Tribunaal kan te dien einde de veroordeelde voorlopig worden aangehouden.
3. De officier van justitie of hulpofficier te 's-Gravenhage is bevoegd de voorlopige aanhouding te bevelen. Indien de opgeëiste persoon zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt, kan de voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon voorts worden bevolen door de officier van justitie van het openbaar ministerie aldaar.
4. De artikelen 9, tweede tot en met vijfde lid, 10, 11, eerste lid en tweede lid, onder a, en 12 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissenzijn van overeenkomstige toepassing.
5. Op verzoek van het Tribunaal kunnen door het Tribunaal bij onherroepelijke uitspraak uitgevaardigde bevelen tot restitutie als bedoeld in artikel 24, derde lid, van het Statuutin Nederland worden tenuitvoergelegd. De artikelen 13, 13a, 13ben 13d tot en met 13f– met uitzondering van de verwijzing in artikel 13d, tweede lid, naar artikel 552d, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering– van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissenzijn van overeenkomstige toepassing.
2. Op verzoek van het Tribunaal kan te dien einde de veroordeelde voorlopig worden aangehouden.
3. De officier van justitie of hulpofficier te 's-Gravenhage is bevoegd de voorlopige aanhouding te bevelen. Indien de opgeëiste persoon zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt, kan de voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon voorts worden bevolen door de officier van justitie van het openbaar ministerie aldaar.
4. De artikelen 9, tweede tot en met vijfde lid, 10, 11, eerste lid en tweede lid, onder a, en 12 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissenzijn van overeenkomstige toepassing.
5. Op verzoek van het Tribunaal kunnen door het Tribunaal bij onherroepelijke uitspraak uitgevaardigde bevelen tot restitutie als bedoeld in artikel 24, derde lid, van het Statuutin Nederland worden tenuitvoergelegd. De artikelen 13, 13a, 13ben 13d tot en met 13f– met uitzondering van de verwijzing in artikel 13d, tweede lid, naar artikel 552d, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering– van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissenzijn van overeenkomstige toepassing.