BWBR0006617
Geldig vanaf 1994-05-04
Artikel 3
Wet tot instelling van het Internationaal Tribunaal voor vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië 1991
1. Op verzoek van het Tribunaal kunnen personen wier aanhouding als verdachte door het Tribunaal is gelast en die in Nederland worden aangetroffen, voorlopig worden aangehouden.
2. Iedere officier van justitie en hulpofficier is bevoegd de voorlopige aanhouding te bevelen.
3. Het bepaalde in de artikelen 14, tweede tot en met het vijfde lid, 15, 16, eerste lid, onder a, 16aen 17 van de Uitleveringswetis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aangehouden persoon zo spoedig mogelijk voor de officier van justitie te 's-Gravenhage wordt geleid. Voor de toepassing van artikel 16a wordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam telkens gelezen: de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.
2. Iedere officier van justitie en hulpofficier is bevoegd de voorlopige aanhouding te bevelen.
3. Het bepaalde in de artikelen 14, tweede tot en met het vijfde lid, 15, 16, eerste lid, onder a, 16aen 17 van de Uitleveringswetis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aangehouden persoon zo spoedig mogelijk voor de officier van justitie te 's-Gravenhage wordt geleid. Voor de toepassing van artikel 16a wordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam telkens gelezen: de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.