BWBR0006598
Geldig vanaf 1994-05-01
Artikel 8
Regeling examen klein vaarbewijs
1. De Minister van Verkeer en Waterstaat stelt de opgaven voor de examens vast.
2. Het vaststellen van de opgaven geschiedt met inachtneming van het examenprogramma.
3. Voor elk van de onderdelen A, B, C, D, E en F, genoemd in het examenprogramma, worden zoveel opgaven vastgesteld als nodig zijn ter verkrijging van een redelijk oordeel omtrent de kennis en bekwaamheid van de kandidaat.
4. Het aantal opgaven, als in het derde lid bedoeld, en de verdeling van de opgaven over de examenstof worden vastgesteld na overleg met een of meer examinatoren.
5. De opgaven van de in het derde lid genoemde onderdelen zijn tezamen zodanig samengesteld dat voor de beantwoording daarvan in totaal een tijd van ten hoogste drie uren redelijkerwijze voldoende is. De beschikbare tijd wordt bij de opgaven vermeld.
6. De waarderingsgraad van elke opgave wordt aangeduid door middel van één, twee of drie punten voor de meerkeuzevragen, waarbij de waarderingsgraad van vragen met betrekking tot onderdeel F ook vier of vijf punten kan bedragen.
7. De opgaven kunnen worden opgesteld volgens het systeem van de meerkeuze.
2. Het vaststellen van de opgaven geschiedt met inachtneming van het examenprogramma.
3. Voor elk van de onderdelen A, B, C, D, E en F, genoemd in het examenprogramma, worden zoveel opgaven vastgesteld als nodig zijn ter verkrijging van een redelijk oordeel omtrent de kennis en bekwaamheid van de kandidaat.
4. Het aantal opgaven, als in het derde lid bedoeld, en de verdeling van de opgaven over de examenstof worden vastgesteld na overleg met een of meer examinatoren.
5. De opgaven van de in het derde lid genoemde onderdelen zijn tezamen zodanig samengesteld dat voor de beantwoording daarvan in totaal een tijd van ten hoogste drie uren redelijkerwijze voldoende is. De beschikbare tijd wordt bij de opgaven vermeld.
6. De waarderingsgraad van elke opgave wordt aangeduid door middel van één, twee of drie punten voor de meerkeuzevragen, waarbij de waarderingsgraad van vragen met betrekking tot onderdeel F ook vier of vijf punten kan bedragen.
7. De opgaven kunnen worden opgesteld volgens het systeem van de meerkeuze.