BWBR0006598
Geldig vanaf 1994-05-01
Artikel 4
Regeling examen klein vaarbewijs
1. Het beperkt examen voor het getuigschrift ter verkrijging van het klein vaarbewijs II omvat de onderdelen A.1., A.2. en A.3. van het examenprogramma voor:
a. de houder van een van de volgende diploma’s, bedoeld in de Wet op de zeevaartdiploma’s, de Wet op de Zeevischvaartdiploma’s 1935 of de Zeevaartbemanningswet: eerste stuurman voor de grote handelsvaart; tweede stuurman voor de grote handelsvaart; derde stuurman voor de grote handelsvaart; stuurman voor de kleine handelsvaart; stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart; stuurman voor de grote sleepvaart; stuurman voor de kustsleepvaart; stuurman voor de zeevisvaart; zeevisvaart SW VI; zeevisvaart SW V; zeevisvaart S IV (v); zeevisvaart W IV (v).
b. de houder van een verklaring, afgegeven door de Commissie voor de stuurliedenexamens voor de zeevaart of zeevisvaart na een met goed gevolg afgelegd examen ter verkrijging van een van de hiervoor onder a genoemde diploma's;
c. de houder van een van de volgende diploma's of getuigschriften van een school, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet op het Voortgezet Onderwijs, verkregen na met goed gevolg het eindexamen te hebben afgelegd bestemd voor een diploma bedoeld in de Wet op de zeevaartdiploma’s, de Wet op de Zeevischvaartdiploma’s 1935 of de Zeevaartbemanningswet: schooldiploma of -getuigschrift BS; schooldiploma HTS, afdeling navigatie; schooldiploma S IV voor de kleine handelsvaart; schooldiploma SW VI voor de zeevisvaart; schooldiploma SW V voor de zeevisvaart; schooldiploma S IV voor de zeevisvaart; schooldiploma W IV voor de zeevisvaart; kennisbewijs stuurman grote en kleine zeilvaart; kennisbewijs Hoger/Middelbaar Maritiem Officier; kennisbewijs stuurman/werktuigkundige kleine schepen; kennisbewijs wachtstuurman; kennisbewijs baggeraar/stuurman; kennisbewijs wachtstuurman tot 3000 GT; kennisbewijs schipper/machinist beperkt werkgebied.
d. degene die bij de Koninklijke marine met goed gevolg heeft afgesloten: de opleiding tot onderofficier van de operationele dienst nautische dienst; de opleiding tot luitenant ter zee (zeedienst) of de basisopleiding van de adspirant-reserve-officieren voor speciale diensten (zeedienst); of
e. de houder van een van de volgende diploma's of getuigschriften voor de vaart ter zee anders dan hiervoor in deze regeling bedoeld, afgegeven vóór 11 december 1982: certificaat Theoretische Kust Navigatie, afgegeven door het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond; certificaat Navigator Zeezeilen, afgegeven door het Instituut Klop; certificaat theoretische kustnavigatie en certificaat navigatie voor gevorderden, afgegeven door de Stichting zeezeilschool ‘Noorderhaaks’ te Den Helder; diploma B (kustvaart), afgegeven door de Koninklijke Nederlandsche Motorboot Club;
f. de houder van het certificaat Theoretische Kust Navigatie, afgegeven door het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond na 31 maart 2004.
2. De houders van de diploma's, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met f, behoeven geen beperkt examen als bedoeld in het eerste lid af te leggen, indien zij in het bezit zijn van het getuigschrift ter verkrijging van het klein vaarbewijs I dan wel het klein vaarbewijs I.
3. De houders van het diploma eerste en tweede stuurman voor de grote handelsvaart, genoemd in het eerste lid, onder a, of het kennisbewijs Hoger/Middelbaar Maritiem Officier, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, behoeven geen beperkt examen als bedoeld in het eerste lid af te leggen, indien zij met goed gevolg de centrale opleiding van adspirant-loodsen (COAL) hebben afgesloten. In plaats van het getuigschrift ter verkrijging van een klein vaarbewijs II treedt een diploma voor de eerste en tweede stuurman voor de grote handelsvaart als bedoeld in het eerste lid, onder a, of het kennisbewijs Hoger/Middelbaar Maritiem Officier, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, samen met de COAL-verklaring.
4. De houders van een der diploma’s of kennisbewijzen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, behoeven geen beperkt examen als bedoeld in de aanhef van het eerste lid af te leggen, indien zij met goed gevolg de opleiding NAUTOP 3 van de opleiding nautisch personeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat hebben afgesloten. Het desbetreffende diploma of kennisbewijs en het NAUTOP 3 diploma samen treden in de plaats van het getuigschrift ter verkrijging van het klein vaarbewijs II.
a. de houder van een van de volgende diploma’s, bedoeld in de Wet op de zeevaartdiploma’s, de Wet op de Zeevischvaartdiploma’s 1935 of de Zeevaartbemanningswet: eerste stuurman voor de grote handelsvaart; tweede stuurman voor de grote handelsvaart; derde stuurman voor de grote handelsvaart; stuurman voor de kleine handelsvaart; stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart; stuurman voor de grote sleepvaart; stuurman voor de kustsleepvaart; stuurman voor de zeevisvaart; zeevisvaart SW VI; zeevisvaart SW V; zeevisvaart S IV (v); zeevisvaart W IV (v).
b. de houder van een verklaring, afgegeven door de Commissie voor de stuurliedenexamens voor de zeevaart of zeevisvaart na een met goed gevolg afgelegd examen ter verkrijging van een van de hiervoor onder a genoemde diploma's;
c. de houder van een van de volgende diploma's of getuigschriften van een school, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet op het Voortgezet Onderwijs, verkregen na met goed gevolg het eindexamen te hebben afgelegd bestemd voor een diploma bedoeld in de Wet op de zeevaartdiploma’s, de Wet op de Zeevischvaartdiploma’s 1935 of de Zeevaartbemanningswet: schooldiploma of -getuigschrift BS; schooldiploma HTS, afdeling navigatie; schooldiploma S IV voor de kleine handelsvaart; schooldiploma SW VI voor de zeevisvaart; schooldiploma SW V voor de zeevisvaart; schooldiploma S IV voor de zeevisvaart; schooldiploma W IV voor de zeevisvaart; kennisbewijs stuurman grote en kleine zeilvaart; kennisbewijs Hoger/Middelbaar Maritiem Officier; kennisbewijs stuurman/werktuigkundige kleine schepen; kennisbewijs wachtstuurman; kennisbewijs baggeraar/stuurman; kennisbewijs wachtstuurman tot 3000 GT; kennisbewijs schipper/machinist beperkt werkgebied.
d. degene die bij de Koninklijke marine met goed gevolg heeft afgesloten: de opleiding tot onderofficier van de operationele dienst nautische dienst; de opleiding tot luitenant ter zee (zeedienst) of de basisopleiding van de adspirant-reserve-officieren voor speciale diensten (zeedienst); of
e. de houder van een van de volgende diploma's of getuigschriften voor de vaart ter zee anders dan hiervoor in deze regeling bedoeld, afgegeven vóór 11 december 1982: certificaat Theoretische Kust Navigatie, afgegeven door het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond; certificaat Navigator Zeezeilen, afgegeven door het Instituut Klop; certificaat theoretische kustnavigatie en certificaat navigatie voor gevorderden, afgegeven door de Stichting zeezeilschool ‘Noorderhaaks’ te Den Helder; diploma B (kustvaart), afgegeven door de Koninklijke Nederlandsche Motorboot Club;
f. de houder van het certificaat Theoretische Kust Navigatie, afgegeven door het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond na 31 maart 2004.
2. De houders van de diploma's, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met f, behoeven geen beperkt examen als bedoeld in het eerste lid af te leggen, indien zij in het bezit zijn van het getuigschrift ter verkrijging van het klein vaarbewijs I dan wel het klein vaarbewijs I.
3. De houders van het diploma eerste en tweede stuurman voor de grote handelsvaart, genoemd in het eerste lid, onder a, of het kennisbewijs Hoger/Middelbaar Maritiem Officier, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, behoeven geen beperkt examen als bedoeld in het eerste lid af te leggen, indien zij met goed gevolg de centrale opleiding van adspirant-loodsen (COAL) hebben afgesloten. In plaats van het getuigschrift ter verkrijging van een klein vaarbewijs II treedt een diploma voor de eerste en tweede stuurman voor de grote handelsvaart als bedoeld in het eerste lid, onder a, of het kennisbewijs Hoger/Middelbaar Maritiem Officier, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, samen met de COAL-verklaring.
4. De houders van een der diploma’s of kennisbewijzen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, behoeven geen beperkt examen als bedoeld in de aanhef van het eerste lid af te leggen, indien zij met goed gevolg de opleiding NAUTOP 3 van de opleiding nautisch personeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat hebben afgesloten. Het desbetreffende diploma of kennisbewijs en het NAUTOP 3 diploma samen treden in de plaats van het getuigschrift ter verkrijging van het klein vaarbewijs II.