BWBR0006598
Geldig vanaf 1994-05-01
Artikel 18
Regeling examen klein vaarbewijs
1. De kandidaat die een examen aflegt ter verkrijging van het klein vaarbewijs I of II, moet ten minste 70% van het totaal der punten hebben verworven die als waarderingsgraad zijn aangegeven bij de opgaven voor respectievelijk de onderdelen A, B, C en D, danwel de onderdelen A, B, C, D, E en F tezamen.
2. De kandidaat, die het examen heeft afgelegd voor het klein vaarbewijs II en slechts van het totaal der punten die als waarderingsgraad zijn aangegeven bij de opgaven voor de onderdelen A, B, C en D tezamen ten minste 70% heeft verworven, slaagt voor het klein vaarbewijs I.
3. De kandidaat, die het examen heeft afgelegd voor het klein vaarbewijs II en slechts van het totaal der punten die als waarderingsgraad zijn opgegeven bij de opgaven voor de onderdelen E en F tezamen ten minste 70% heeft verworven, ontvangt een deelcertificaat dat de onderdelen E en F met goed gevolg zijn afgelegd.
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op kandidaten, die het in de artikelen 3, tweede lid, 4, eerste lid, en 5bedoelde beperkt examen hebben afgelegd, met dien verstande dat bij de puntentelling slechts rekening wordt gehouden met de onderdelen waarin geëxamineerd is.
2. De kandidaat, die het examen heeft afgelegd voor het klein vaarbewijs II en slechts van het totaal der punten die als waarderingsgraad zijn aangegeven bij de opgaven voor de onderdelen A, B, C en D tezamen ten minste 70% heeft verworven, slaagt voor het klein vaarbewijs I.
3. De kandidaat, die het examen heeft afgelegd voor het klein vaarbewijs II en slechts van het totaal der punten die als waarderingsgraad zijn opgegeven bij de opgaven voor de onderdelen E en F tezamen ten minste 70% heeft verworven, ontvangt een deelcertificaat dat de onderdelen E en F met goed gevolg zijn afgelegd.
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op kandidaten, die het in de artikelen 3, tweede lid, 4, eerste lid, en 5bedoelde beperkt examen hebben afgelegd, met dien verstande dat bij de puntentelling slechts rekening wordt gehouden met de onderdelen waarin geëxamineerd is.