BWBR0006312
Geldig vanaf 1993-12-24
Artikel 4
Besluit berekeningswijze deelnamesommen
1. De bruto-deelnamesom voor het terrein, niet zijnde een sportveld, is gelijk aan f 300 per functioneel netto m² bebouwingsmogelijkheid. Op terreinen vindt geen afschrijving plaats. De voorgaande volzinnen zijn eveneens van toepassing op terreinen die een instellingsbestuur in erfpacht heeft, indien de erfpachtcanon naar het oordeel van Onze Minister niet in relatie staat tot de werkelijke waarde van het terrein.
2. Ten aanzien van een terrein waarvan de erfpacht is afgekocht door het Rijk, wordt, indien de afkoop betrekking heeft op een periode korter dan 30 jaar, gerekend vanaf 31 december 1993, het op grond van het eerste lid berekende bedrag afgeschreven. Op de afschrijving is artikel 3, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. De bebouwingsmogelijkheid van het terrein, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend aan de hand van de bestaande bebouwing en de uitbreidingsmogelijkheden daarvan, voorzover vastgelegd in een geldend bestemmingsplan.
4. Indien geen geldend bestemmingsplan aanwezig is, dan wel aan het geldende bestemmingsplan geen aanwijzingen omtrent de uitbreidingsmogelijkheid van de bebouwing kunnen worden ontleend, stelt Onze Minister de uitbreidingsmogelijkheid normatief vast op 15% van de bestaande bebouwing, dan wel van bestaande bouwplannen. Indien toepassing van de eerste volzin zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, stelt Onze Minister naar redelijkheid de uitbreidingsmogelijkheid vast.
5. De bruto-deelnamesom voor een sportveld bedraagt normatief f 400 000. Op sportvelden vindt geen afschrijving plaats.
2. Ten aanzien van een terrein waarvan de erfpacht is afgekocht door het Rijk, wordt, indien de afkoop betrekking heeft op een periode korter dan 30 jaar, gerekend vanaf 31 december 1993, het op grond van het eerste lid berekende bedrag afgeschreven. Op de afschrijving is artikel 3, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. De bebouwingsmogelijkheid van het terrein, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend aan de hand van de bestaande bebouwing en de uitbreidingsmogelijkheden daarvan, voorzover vastgelegd in een geldend bestemmingsplan.
4. Indien geen geldend bestemmingsplan aanwezig is, dan wel aan het geldende bestemmingsplan geen aanwijzingen omtrent de uitbreidingsmogelijkheid van de bebouwing kunnen worden ontleend, stelt Onze Minister de uitbreidingsmogelijkheid normatief vast op 15% van de bestaande bebouwing, dan wel van bestaande bouwplannen. Indien toepassing van de eerste volzin zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, stelt Onze Minister naar redelijkheid de uitbreidingsmogelijkheid vast.
5. De bruto-deelnamesom voor een sportveld bedraagt normatief f 400 000. Op sportvelden vindt geen afschrijving plaats.